Tag: Zelfmoord

2009 Zinloos

Dit is het verhaal van Gerben die twijfelt of hij met zijn zelfmoord vlak na de jaarwisseling ook zijn vrouw en kinderen mee zal nemen.

Een zoen voor Carla en de beide meisjes en daar ga ik weer. Het is maandagochtend, een kwartiertje lopen en dan ben ik om 8.00 op mijn werk. Mogge, mogge … kopje koffie en dan zoek ik weer een flexplek. Er is gebak want iemand heeft iets te vieren. Tussen de middag met een collega ons rondje lopen en dan nog de middag. Ik doe mijn ding achter de computer, vergadering, telefoontje en om klokslag 17.00 weer naar huis. Aan de warme hap, klieren met de meisjes, verhaaltje lezen en dan computer of tv.

Dag in dag uit

Elke dinsdag sporten met vriend Sybren, lekker balletje slaan, biertje aan de bar, praten over auto’s, computers e.d. Regelmatig in het weekeinde naar opa en oma van de meisjes, soms eten met vrienden of buren, shoppen of naar het strand. Af en toe een weekeinde met een grote groep, gezellig hoor, met z’n allen op pad, om de grote tafel. Maar ach het is wel steeds weer hetzelfde, verhalen over familie en vrienden, ziektes en banen, kinderleed en kinderpret, plannen voor de toekomst, ik ken het nu wel.

Week in week uit

Elke zomer naar de camping, lekker buiten leven, kokkerellen en genieten van rust en natuur. En natuurlijk zijn daar dan ook weer onze vrienden uit het zuiden, dat stel uit ons buurland. De hele zomer door leven we met elkaar, barbequen, vuurtje stoken, volleyball toernooi etc … Na de prachtige herfst kleuren vallen de blaadjes van de bomen, sinterklaas klopt op de deur en dan al weer de kerst. Gezellig met de familie, allemaal samen eten en herinneringen delen. De voorjaarszon trekt ons naar de tuin, bloemen gaan bloeien, vlinders fladderen en ieder heeft weer een lach op zijn gezicht.

Jaar in jaar uit

Velen zouden jaloers zijn op mijn leven. Ik heb alles wat een hartje begeert. Maar is dit alles? Steeds vaker vraag ik mij af wat dit leven voor zin heeft. Als ik in de stad loop, op het vliegveld sta en/of uit kijk over een mensen massa dan zie ik een mieren hoop. Een mierenhoop van mensen, groot en klein, dik en dun, oud en jong, mooi en lelijk. Allemaal mensen met hun eigen leven, allemaal hebben slaap nodig, allemaal naar het toilet, zweten, eten, drinken, sex, soms voor de lol, soms komen er kindertjes van. Daar zijn mensen over het algemeen dan weer blij mee, weer nieuwe mensjes, met nieuwe leventjes. Nog meer mieren in de mierenhoop. Al die mensen leven hun eigen leventje, net zo’n soort leventje als ik, als Carla, als de buren, mijn collega’s. Wat heeft dit voor zin, waar moet dit toe leiden, wat heeft het voor nut?

Wat maakt het uit, eentje meer of eentje minder, wat maakt het verschil?

Natuurlijk is er verdriet bij de achterblijvers, ze moeten hun leventje weer herordenen, maar daarna gaat alles gewoon door. Wat maakt dat ene leven nu uit, dat ene leven of dat andere? Gewoon netjes begraven of verbranden en alles gaat verder. Het leven in de mierenhoop gaat gewoon door. Wat maakt het leven uit, wat heeft het voor zin? Waarom doe ik überhaupt mee aan deze levensrace, deze rare vertoning, de sleur van elke dag, van elke week, van ieder seizoen, ieder jaar.

Leven in, leven uit

Met kerst moet het weer gezellig zijn, vrede op aarde. Er is helemaal geen vrede op aarde, oorlogen aan de orde van de dag, maar ook oorlog in de straat. Sla de krant maar open. Ieder heeft recht op z’n eigen frustraties, recht op verdriet. De buurman die zich ergert aan jongeren in de straat, de buurman verder op die alles doet om een culturele voorziening dwars te zitten, het vechtende stel een paar huizen verderop, de dorpse hetze in de gemeente politiek. Oorlog om ons heen, iedere dag. De collega’s die elkaar de tent uit vechten, die ene zou dit moeten en de ander dat juist niet, baas zus baas zo. Iedereen heeft een oordeel over van alles en nog wat, wat voor zin heeft het, wat maakt dat ene leven uit?

Ik ga er mee stoppen, gewoon stekker er uit. Natuurlijk is het sneu dat mijn meisjes dan geen vader hebben maar ach groot worden ze toch wel. Er zijn zo veel kinderen die opgroeien in een-ouder gezinnen, dat neemt alleen maar toe. En Carla kan zich prima redden, die komt er wel weer boven op. Dus waarom zou ik hier mee doorgaan, de malle molen van het leven. Waarom moet ik mijn rondje mee draaien? Waarom mag ik niet zelf bepalen of ik er mee stop? Wat heeft dit leven voor zin?

Ik geniet echt wel hoor van die momentjes in de zon op het terras, klef kinderhandje tegen je wang, spelen met de golven op het strand, lekker eten met een goed glas wijn. Ik houd van Carla en we hebben goede sex. Vakanties zijn ons hoogte punt, super kwality time. Maar is dit het nu? Is dit alles wat er is? Wat heeft dit allemaal voor zin? Waarom moet ik hier in mee rollen? Waarom moet ik net als al die andere mieren op de mierenhoop maar mee doen, maar mee hollen, hetzelfde doen als iedereen doet, huisje-boompje-beestje, elke dag, elke week, elk jaar.

Ik heb de plek onder de zon en mensen om mij heen die van mij houden. Maar wat heeft dat voor zin, al die mieren leven zo, iedereen heeft z’n pijntjes en verdriet. Elke keer dezelfde verhalen, daar is een kind geboren, daar is iemand overleden, daar is kanker, daar is een feest, heb je al gehoord van … nou en. Wat voor zin heeft het dat ik hier aan mee doe? Waarom stop ik er niet gewoon mee? Het leven gaat ook verder zonder mij. Als ik er een eind aan maak levert het weer een baan voor iemand op. Voor Carla gaat er een nieuwe wereld open, ze is weer vrij, al zal het misschien even duren voor ze het zo ervaart.

Morgen ga ik opzoek naar een goed plek en een goede manier. Ik wil niet voor de trein dat wil ik de NS mensen en omstanders niet aan doen. Bijvoorkeur gewoon niet meer wakker worden in bed, medicijnen misschien of eventueel mezelf ophangen aan een touw, krukje weg schoppen …

Ach misschien moet ik ze wel mee nemen? Misschien moeten we er met z’n vieren uit stappen. Vier mieren meer of minder maakt niet uit. Wat is de zin van ons vieren, de zin van vier leventjes op die grote hoop? Misschien is het wel goed als we met z’n vieren gaan, gewoon er mee kappen, met die gekkigheid van het leven. Een ronde dans die nergens toe leid.

Laatst stond er een artikel in de krant, zelfmoord zou een taboe zijn. Er is een site die je meer informatie geeft en waar je op kan inloggen nadat je een kleine 20 euro hebt overgemaakt. Er schijnen hoofdzakelijk 2 categorieën mensen te zijn die zelfmoord plegen. Mensen die ziek zijn en niet willen mee gaan maken wat hen te wachten staat en mensen die er eigenlijk wel klaar mee zijn. Ik zal wel tot die laatste categorie behoren.

Een mooi moment is oud & nieuw. Samen nog een laatste gezellige avond, proosten met champagne en dan de volgende dag gewoon niet meer wakker worden. Eerst Carla en de meisjes met een kussen laten stikken en dan mij zelf ophangen. Misschien kan ik al vast wat door de champagne doen. Ik ga morgen eens kijken waar het touw het beste aan kan hangen. In de boot-shop hebben ze van die prachtige touwen.

Natuurlijk zullen er mensen zijn die vinden dat ik niet over het leven van Carla en de meisjes mag beschikken. Maar die mensen kunnen waarschijnlijk ook niet begrijpen dat je er een einde aan wilt maken. Die mensen willen mij uitleggen wat zij zien als de zin van het leven. Dat interesseert mij niet, dat is zinloos. Die mensen gaan gewoon door, slikken pillen, bezoeken ziekenhuizen, proberen eens het alternatieve circuit, blijven zich niet goed voelen maar hebben niet het lef er uit te stappen. Wel hebben zij oordelen, vooroordelen en veroordelen.

Met z’n vieren is waarschijnlijk toch het beste. Gewoon een huis leeg in de straat. Komen weer nieuwe mensen in te wonen. Gewoon weg. Het leven gaat wel door voor iedereen. Even snotteren en dan zijn we zo vergeten. Kaarsje hier, kaarsje daar. Ik ben klaar.

Volgend jaar ben ik bevrijd van dit zinloze leven.

2009 Dood kind

Dit is het verhaal van Anja n.a.v. de zelfmoord van Ellen.
Ellen is een van de gemiddeld 45 jongeren (12-20) die per jaar zelfmoord plegen.

Ellen is dood. Ik zit alleen op de achterste rij in de klas. Ellen haar stoel is leeg. Al jaren zitten we samen achterin de klas, op de laatste rij. Ellen heeft zich zelf opgehangen. Ze kraste zichzelf vaak. Soms tijden niet en dan opeens had ze het weer gedaan. Tot bloedens toe, verband om haar polsen. Ellen is dood. Ellen heeft zichzelf opgehangen aan een boom. Uit respect voor Ellen geen details.

Ellen was niet op komen dagen op school. Dat gebeurde wel vaker. We fietsten altijd samen naar school. Ik wachtte op Ellen op de hoek voor de supermarkt. Als Ellen er om 8.15 niet was dan fietste ik weg. Ik dacht dan aan alles wat Ellen mogelijk meegemaakt had. Ik fietste harder en harder. Op school ging ik eerst naar de juf om te zeggen dat Ellen niet op tijd bij de supermarkt was.  Wat de juf dan deed weet ik niet. Soms kwam Ellen dezelfde dag alsnog op school, soms was ze er de volgende dag en paar keer is ze een paar weken van school weg gebleven. Juf vertelde dan dat Ellen ziek was en in een ziekhuis was. We stuurden een grote kaart naar Ellen met al onze namen .

Dit keer was het anders. Die ochtend ging de telefoon van juf. Ik zag juf schrikken en bleek worden. Juf zei dat ze even weg moest en we gewoon door konden werken, voor vragen was de stagiaire er. Juf bleef lang weg. Ik vroeg aan de stagiaire of er iets met Ellen was. De stagiaire zei dat hij het niet wist maar dat het heel goed zou kunnen.

Ellen en ik spraken soms op de fiets over de krassen in haar polsen. Ik begreep niet waarom ze dat deed. Ik probeerde het ook een keer om te kijken wat er gebeurde, het deed pijn en ik ben snel gestopt. Ellen vertelde dat ze bang was haar gevoel kwijt te raken. Als ze kraste voelde ze dat ze nog leefde, dat haar bloed stroomde en dat ze dat nog kon voelen. Ze vertelde dat er soms dingen gebeurden die haar boos maakten en dat ze dan haar gevoel kwijt raakte. Dan was het alsof er een knop om ging en ze er niet bij was, alsof ze uit zichzelf kon stappen. Ellen vertelde dat het soms wel makkelijk was dat ze dan haar gevoel kwijt was, dan kreeg ze ook geen straf omdat ze boos werd, dan waren de erge dingen  ook zo weer voorbij. Maar als het voorbij was voelde ze zich leeg, een papieren lichaam, hol, koud en eenzaam. Dan ging ze snijden. Ik luisterde ademloos en probeerde het te begrijpen maar snapte er eigenlijk niets van. Ik begon snel over de film die ik gisteravond gezien had.

Juf kwam de klas binnen, fluisterde iets tegen de stagiaire,  pakte haar tas en zocht er iets in. Ik vroeg of er iets met Ellen was of Ellen weer naar het ziekenhuis was. Juf keek mij aan, recht in mijn ogen, op een manier die ik niet kende, ik werd er een beetje bang van. Ze  zei terwijl ze naar mij toe liep en mij een aai over mijn hoofd  gaf, “ik ga jullie vanmiddag alles vertellen”. Je kon een speld in de klas horen vallen, ieder keek gespannen, vol verwachting naar juf maar juf zei “ sorry, ik kom straks terug, er moet nog veel geregeld worden”. Juf liep snel de klas uit. Annie begon te sniffen en riep hysterisch door de klas dat ze voelde dat er iets ergs gebeurd was. Jan gooide een pen richting Annie die hard begon te huilen. Marja die naast Annie zit, gooide de pen in een strakke rechte lijn terug tegen het hoofd van Jan. Jan riep “vuile teef, die had mijn oog wel uit kunnen steken” en stond op en liep dreigend richting Marja. De stagiaire kwam tussen beiden en probeerde het te sussen. Hij stelde voor om maar even wat anders met elkaar te gaan doen, we gingen een kringspel doen, we gooiden met bollen wol en hadden een hoop lol.

Ik heb een paar keer aan Ellen gevraagd wat voor nare dingen er gebeurden waar ze haar gevoel door kwijt raakte. Ellen zei dan elke keer weer dat ze er niet over wilde praten, dat het te erg was, dat ik het toch niet begreep. Ze werd altijd een beetje kribbig als ik er naar vroeg. Ik vond dat vervelend, echte vriendinnen vertellen elkaar toch alles ….Op een dag zei ik dat als ze er met mij niet over wilde praten ze misschien de kindertelefoon moest bellen. Tot mijn stomme verbazing zei ze dat ze die regelmatig belde om te praten.

Na de pauze kwamen juf en de hoofdmeester in de kring zitten en ze vertelden dat er iets ergs gebeurd was. Ellen was niet op school omdat ze naar het bos was gereden. Ze had een touw bij zich gehad en had zich opgehangen aan een boom. Jan vroeg hoe dat dan werkt en of het touw wel stevig genoeg was. Piet vroeg zich af of de beesten dan aan je gingen eten.  Marja voelde zich schuldig omdat ze vorige week ruzie met Ellen had gemaakt en haar uitgescholden had voor “hysterische aandachttrekker“. Volgens de meester hoefde niemand zich schuldig te voelen, het was het besluit van  Ellen geweest en dat kunnen we nu alleen nog respecteren. Annie begon te huilen en riep hysterisch dat Ellen haar voor was. De meeste kinderen waren stil en zeiden niets, ze waren onder de indruk. De hoofdmeester vertelde dat al onze ouders gebeld zouden worden en we een brief mee naar huis zouden krijgen. Ook zou er elk moment iemand komen waar we mee zouden kunnen praten, die had er verstand van en had zoiets wel vaker meegemaakt. We gingen een rondje doen en je mocht alles zeggen of vragen wat je wilde en als je niets wilde zeggen of vragen dan vroeg de meester of je een herinnering aan Ellen wilde vertellen of  wat je leuk aan Ellen had gevonden.

Op een dag vroeg ik aan Ellen wat haar vader en moeder er van vonden dat ze zich weer zo gekrast had. Ze keek mij aan en vroeg boos hoe ik het in mijn hoofd haalde om haar vader en moeder er bij te halen, daar had ze niets mee te maken, zij leefde haar eigen leven. Ik zei nog dat ik haar ouders best aardig vond op haar verjaardagspartijtje vorig jaar. “ Dat is de show”  zei ze, het toneelspel waar ik in mee speel. Toen ik vroeg wat ze er mee bedoelde zei ze dat haar ouders altijd ruzie hadden, dat zij altijd overal de schuld van kreeg, als huissloof behandeld werd, boodschappen moest doen, kastjes soppen, alle schoenen poetsen en vaak voor straf buiten op het bankje moest zitten ookal was het koud en donker en daarna dan zonder eten naar bed moest. Ik wist niet wat ik moest zeggen. Ellen zei “ laat maar, ik wil er niet over praten, het is te ingewikkeld”. Ze praatte verder over het huiswerk.

De volgende dag op school was alles anders. Geen saaie lessen maar we gingen praten in de groep, er was iemand bij die er verstand van had. Eerst gingen we in de groep praten over de herinneringen aan Ellen en ook over het snijden in haar polsen en hoe je je dan moet voelen. De mevrouw die er bij zat vertelde wat je ook zou kunnen doen als je je rot voelde , ze vertelde ook over de kindertelefoon. Na het kringgesprek gingen we handenarbeid doen, we maakten fotolijstjes, gingen schilderen, dichten, schreven gekalligrafeerde testen en maakten een rouwkrans We zouden het allemaal ophangen in een gedenk hoek ter herinnering aan Ellen, er zou een kaarsje branden naast een foto van Ellen.

Tussendoor gingen we om de beurt met die mevrouw praten. Dat was wel raar om met iemand te praten die je eigenlijk niet kende. De mevrouw vroeg of ik de vriendin van Ellen was omdat we samen naar school fietsten en ik ook naast Ellen in de klas zat. Ze vroeg of Ellen weleens vertelde over het krassen en over wat er thuis gebeurde. Ze vroeg of Ellen verteld had dat ze dood wilde en zich wilde ophangen. Ze vroeg hoe ik mij voelde, of ik wel eens somber was en wat ik dan deed. Ze gaf mij een kaartje met haar telefoonnummer en zij dat ik altijd mocht bellen als er iets was.

Al weer een tijd geleden vertelde juf dat Ellen weer in het ziekenhuis lag. Juf zei dat ze het wel raar vond om aan ons te vertellen maar dat ze het belangrijk vond dat wij wisten dat Ellen echt ziek was, zich erg ongelukkig voelde en geholpen moest worden. Zij vertelde dat Ellen zich van de trap had laten vallen nadat ze met chloor veel medicijnen had ingenomen en zichzelf diep gesneden had in haar polsen. Iedereen was stil en we zijn aan het werk gegaan.

Op een keer was Ellen ook weer een paar weken niet op school geweest. Ik vroeg toen ze terug was of ze weer naar het Gekko-ziekenhuis was geweest. Ellen noemde het ziekenhuis “gekko”. Ze vertelde dat ze voor straf van het Gekko naar een gevangenis was geplaatst. Ze snapte er zelf ook niets van vertelde ze. Het Gekko had haar naar de gevangenis gestuurd omdat ze steeds uit haar dak ging, bleef snijden en ruzie maken met de verplegers. Er stond een grote muur om de gevangenis, ze moest door een hoog hek met tralies. De mensen binnen waren best aardig en er was een gezellige groep met leuke meiden. ’s Avonds ging je weer naar je kamer en viel de celdeur dicht, op slot, helemaal alleen, je kon er niet uit. Er werd wel door de deuren met elkaar gepraat en ze konden elkaar briefjes sturen in CD hoesjes die je onder de kier van de deur door kon schuiven. Alle meiden in de groep hadden veel problemen en veel meiden waren bezig met zelfmoordgedachten en acties. De groepsleiding ging praten met iedereen en als je heel erg depri was dan kwam er soms een man of vrouw met je praten om te bespreken of je beter naar een kale kamer kon of andere medicijnen. De groepsleiding probeerde je te leren hoe je met mensen om moest gaan, met de meiden in de groep, de groepsleiding, je ouders, de school enzo. Je kon punten verdienen als het goed ging en verdiende daarmee extra’ tjes, net als bij het puntensparen in de supermarkt. Het leek alsof Ellen het er best naar  d’r zin had gehad.

Ik kwam Ellen ook een keer tegen in de supermarkt toen ik een door mijn moeder vergeten pakje boter moest halen. Ellen liep achter een volle kar boodschappen en tuurde op een lang boodschappenlijstje. Ze vertelde dat er het weekeinde een verjaardag was thuis en ze de verjaardagsboodschappen moest halen. Als er een verjaardag was vertelde ze met een grijns dan was zij de serveerster. Zij zorgde dat iedereen steeds weer een vol glas had, dat de nootjes op tijd op tafel stonden en ze smeerde de toastjes. “Ik kan straks zo geld verdienen in de horeca”.

De volgende dag kwam er weer een andere mevrouw in de klas. Haar naam was Patty en ze vertelde dat ze de gezinsvoogd van Ellen was, ze legde uit dat het niet goed met Ellen ging en dat ze daarom Ellen en haar ouders hielp om het weer beter te laten gaan met Ellen. Toen ze zei ‘dat is dus niet gelukt’ begon ze bijna te huilen. Ze vertelde dat ze hier was om met de klas wat te bespreken. Patty wilde graag aan ons zeggen dat de school en de klas altijd heel belangrijk voor Ellen waren geweest, ze had het vreselijk gevonden dat ze  af en toe een tijd niet naar school kon. Haar ogen begonnen altijd te glanzen als ze over school vertelde. Patty had bedacht dat het ter ere van Ellen goed zou zijn om haar lichaam naar school te brengen zodat Ellen als het ware ook op school afscheid kon nemen en wij  met elkaar om de kist op school afscheid van Ellen konden nemen. Patty had het al met de vader en moeder van Ellen overlegd en die vonden het goed.

Het was stil in de klas. Je kon een speld horen vallen. Annie begon al sniffend te zeggen dat ze het een prachtig idee vond, Ellen toch nog weer even terug in de klas en dan samen afscheid nemen. Ze kreeg bijval van Marja en ik vond het eigenlijk ook wel spannend . Al met al ontstond er een soort van enthousiasme in de klas om samen het afscheidsfeest voor Ellen goed te organiseren. Karin kon blokfluitspelen en Marco erg mooi voorlezen. We konden ons klasse lied nog een keer samen voor haar zingen. We wilden haar hockeystick naast de kist en haar liefste knuffel Bas waar ze weleens over vertelde. Bas was haar gote beschermer.

We fietsten naar school en ik vroeg aan Ellen of ze nog iets leuks had gedaan dit weekeinde. Ze vertelde dat ze met Bas was gaan fietsen, het was heerlijk geweest, ze hadden genoten. Ik vertelde dat ik ook het weekeinde had gefietst met mijn vader, moeder en broertje, we waren langs kasteel oud hertog jan gefietst en via de velden weer terug, onderweg hadden we wat gedronken bij de herberg. Ellen vertelde dat ze ook langs de herberg was geweest, ze was aan een tafeltje gaan zitten met Bas maar Bas moest bij haar op schoot zitten en mocht geen eigen stoel, toen was ze boos weggegaan.

De kist met Ellen stond achterin de klas. Alle tekeningen, de krans, gedichten e.d. stonden er om heen. Haar hockey stick stond er naast. Toen ik dichterbij kwam zag ik dat er knuffels naast haar waren gelegd. Bas was er ook bij. Er was een dominee gekomen die eerst een verhaal vertelde, daarna mochten wij onze maaksels voorlezen en een kaarsje aansteken. We vertelden ook grappige dingen over Ellen. En het werd bijna een wedstrijd wie er nog wat leuks wist te vertellen want daarna mocht je een kaarsje aansteken. De dominee zei na elk kaarsje dat het ondanks alle donkerheid nu toch een beetje licht was geworden, waarop iedereen tegelijk ‘amen’ zei. We gingen allemaal in een kring om de kist staan en zongen het klasse lied. Daarna ging de dominee bidden. Sommige jongens zag je schokschouderend hun huilen in houden, meisjes lieten hun tranen stromen. Daarna liepen we langzaam achterelkaar langs Ellen weg en gingen pizza eten met elkaar. Tijdens de pizza telden we allemaal hoeveel doden we al hadden meegemaakt, Jan was zijn beide opa’s en oma’s al kwijt en Marja vertelde over een nichtje dat verdronken was. Ik vertelde over de dode baby van mijn moeder. We praten over hoe het zou zijn om dood te zijn en wat er na de dood met je gaat gebeuren of niet, over geesten van dode mensen die rond hangen en je soms iets toe fluisteren.

Ik kreeg een warm gevoel van dit school afscheid van Ellen.

In de klas ging het ook weleens mis met Ellen. Toen ze een keer iets overnieuw moest doen begon ze te schelden tegen de juf en hield haar polsen omhoog en riep iets over dat ze zou gaan snijden en het de schuld van juf was.

De echte begrafenis was een week nadat Ellen zich had opgehangen. Mijn vader en moeder vonden het eerst onzin dat ik daar heen wilde, we hadden immers al afscheid op school genomen. Ik bleef vol houden dat ik het wilde en heb ze het telefoon nummer gegeven van die mevrouw die er verstand van had en met wie ik op school had gesproken. Ik hoopte dat zij wel zou begrijpen dat ik bij de echte begrafenis wilde zijn. Toen mijn ouders deze mevrouw gesproken hadden was het alsof het weer op eens veranderd was, ze luisterden naar mij, wilden weten wat ik vond en dacht en leken het opeens belangrijk te vinden wat er in mij om ging. Natuurlijk mocht ik naar de echte begrafenis, we zouden er als gezin heen gaan. Na het gesprek met die mevrouw begrepen ze opeens wel hoe belangrijk dat voor mij is. Ik bleef het gevoel houden dat mijn ouders opeens wat overdreven aardig deden tegen mij, dat het onecht was en het ze niet echt ging om wat ik wilde of voelde maar ik mocht naar de begrafenis en dat was voor mij het belangrijkste.

In het dorp was een kind verongelukt, onder een trekker gekomen. Op de fiets hadden Ellen en ik het er over. Ellen zei zoiets als ‘er is hem veel bespaard gebleven’. Toen dacht ik ‘weer zo’n vreemde opmerking van Ellen’, maar nu weet ik dat ze toen al somber was en misschien ook toen al dood wilde.

De avond voor de begrafenis kon ik niet slapen. Ik ging naar beneden en hoorde mijn ouders praten. Ik kroop in het hoekje van de trap zodat ik alles kon horen omdat de deur op een kier stond. Ze hadden het over Ellen, dat arme kind dat al jaren mishandeld werd door haar ouders. Ellen werd  als sloof behandeld,  vaak hard gestraft en geslagen, gehoorzaamheid werd afgedwongen, strenge onvoorspelbare ouders. Ellen had meer straf dan liefde gekregen van haar ouders. Ellen was gewond, beschadigd, angstig, depressief en wantrouwig geworden. Ellen vond zichzelf de moeite niet waard. Er was nu hulp gekomen maar dat was lastig voor Ellen, Ellen was ook loyaal aan haar ouders, de druk voor Ellen werd te groot. Ellen koos er voor om zich op te hangen, een einde te maken aan haar leven.

Is dit wat Ellen werkelijk wilde?

Het was koud en regenachtig op de dag van de begrafenis. De begrafenis was vreemd. We stonden met velen opgepropt in een veel te kleine zaal. De broer van Ellen las wat voor en draaide haar lievelings muziek. Er werd weer gebeden. Dat blijf ik onzin vinden, met bidden krijg je Ellen niet terug en zij is dood dus heeft ze er niets aan. We liepen achter de kist naar het gat waar ze Ellen in lieten zakken. Daarna mocht je de ouders en haar broertje een hand geven. Iedereen liep er snel en vluchtig langs. Iedereen ging snel weer naar buiten, weg van de begraafplaats, naar huis. De serveerster bleef met een grote pot koffie achter.

Ik kreeg een koud gevoel van de begrafenis
Scroll Up