Tag: Transformatie

2018 Er is hoop …

2018 Er is hoop …

Drie jaren na de decentralisaties en transitie datum 1 januari 2015 gaan we met hoop 2018 in.

Een hele hoop opgedane ervaringen, goede voornemens, transformatie plannen, ideeën, dromen, mogelijkheden en kansen om het samen beter te doen voor kind en toekomst.

Ik moet denken aan de woorden van Tiny die al 33 jaar pleegouder is en de PleegOuderRaad gaat verlaten.

“Vroeger werden we als Pleegouderraad gedoogd”, vertelt Tiny.
“Nu zijn we een volwaardige gesprekspartner. Bij een aanpassing van de regels werden we vroeger niet betrokken. Als je pleegouders in de gordijnen wilt hebben, moet je dat vooral doen.”

Datzelfde is natuurlijk van toepassing binnen geheel jeugdland, bij gemeenten en zorgaanbieders, bij kind en hulpverlener, het zijn allemaal parallel processen.

Het lijkt erop dat steeds meer collega’s verstrikt raken in de gordijnen en zeggen dat het genoeg is en dat ze gaan vertrekken. Er wordt gesproken over “jeugdland is jeugdland niet meer”.
En, ja dat klopt!

Tijden veranderen en dus veranderen we allemaal mee, ook jeugdland. We zijn onderdeel van de veranderende samenleving.

Femke vertelde hoe mooi ze de veranderingen rond het kind vond, daar waar zij ervaren heeft dat kinderen vroeger braaf moesten zitten, luisteren en zich aanpassen …, mogen kinderen in deze tijd zichzelf zijn en worden.

Vervolgens kwamen er ook veel andere voorbeelden naar voren van veranderingen ook op het werk in jeugdland zoals bijvoorbeeld roken achter de typemachine, type-ex, kaarsjes branden op de groep, de lange gezellige pauzes waardoor je je meer verbonden voelde met elkaar, een fles wijn in de bureaulade voor de vrijdagmiddag e.d … weemoed over … “de goede oude tijd”

Het moment van transitie 1 januari 2015 heeft jeugdland doen veranderen, jeugdzorg werd jeugdhulp, enkele financiers maakten plaats voor vele financiers waaronder honderden gemeenten.

Voor 2018 staan weer vele veranderingen klaar zoals bijvoorbeeld tijd-schrijven als voorwaarde om te kunnen factureren, en dus geld te ontvangen om salarissen te kunnen betalen, regie-behandelaarschap bij integrale jeugdhulp, individueel budget plafond, hoofd- en onder-aannemerschap en integraal samen werken over de interne schotten van teams, afdelingen en de externe schotten van organisaties en domeinen heen. Samen met nog steeds het zelfde belang en recht voor ogen namelijk dat van kind en toekomst !

De veranderingen gaan gewoon door, of je wilt of niet, of jij het leuk vindt of niet. Pleegzorg is pleegzorg niet meer en onderdeel van het zich ontwikkelende jeugdhulp in gezinsvormen.

We gaan nog gerichter van “ouder op afstand” naar “samen opvoeden”. Het pedagogisch klimaat in de samenleving versterken met buurtgezinnen, steungezinnen, mee leef gezinnen,
nog meer in samenhang samenwerken met informele netwerken en het formele netwerk van scholen, huisartsen, kinderopvang, consultatiebureau, wijkteams, sportclubs e.d. … sterke community.

We kunnen het niet alleen;

It takes the whole village/world to raise the child

Ondanks alle mooie in gang gezette veranderingen, de transitie en transformatie in het zorglandschap, staan we nog maar aan het begin. Er komen nog veel meer veranderingen. Veranderingen die we nu nog niet eens kunnen bedenken … waar we alleen nog maar nieuwsgierig naar kunnen zijn

We zullen, ook in het belang van het welzijn en de continuïteit van organisatie verbanden, het oude (wat dat dan ook is …) los moeten laten. Natuurlijk niet het kind met het badwater weggooien. Uitgangspunten zoals bijvoorbeeld t.a.v. systeemgericht werken moeten opnieuw onder de loep genomen worden omdat systemen veranderen.

We moeten loslaten om twee handen vrij te hebben om nieuwe jeugdhulp vormen te vinden, samen met het informele netwerk en het formele zoals gemeenten, scholen, sportclubs, huisartsen, kerken, veiligheidsketen, collega aanbieders e.d. … in het belang van kind en toekomst.

Soms lijkt het alsof jeugdland in een soort collectieve rouw zit. Sommigen van ons zitten nog in de ontkenningsfase, anderen zijn boos, een aantal vecht, wordt depressief. Op enig moment komt de laatste fase van het rouwproces; aanvaarding.

Collega’s blijven of vertrekken.

Afscheid nemen is een beetje doodgaan …

Dat doet mij denken aan het vrij plotselinge overlijden van mijn vader afgelopen jaar.

Mijn moeder die stevig leunend op haar stok, schiet in afwisselende overlevingsmechanismen;

  • Vechten (boos op de gemeente die niet goed voor de natuur zorgt). Vluchten (uren lang achter de Televisie).
  • Bevriezen (aan tafel zittend voor zich uitstarend).
  • Voortdurend zeggend dat ze ruim 60 heerlijke jaren samen hebben gehad, wie kan dat in deze tegenwoordige tijd van echtscheidingen nog zeggen …
  • Pa is een lijdensweg bespaard gebleven zoals hij dat zelf ook wilde …

Een zichtbare krachtige bovenstroom, ratio en feitelijkheden …

Maar ook was ze opeens alleen in huis, moest zelf de boodschappen halen, voor eten zorgen en een onderstroom van gevoelens voelde ze in haar lichaam, verdriet, pijn, gemis, eenzaamheid en boosheid, waarom was die tumor niet eerder ontdekt, waarom liet hij haar alleen achter …

Af en toe drijft de onderstroom haar af en ligt ze bijna de hele dag op bed.
Zo moe …
“Hoe moet het verder”, piekert ze,
En dat wordt erger als ze ook nog een paar keer valt.
“Zo hoeft het voor mij niet meer”, zegt ze …

Ook in jeugdland hebben we te maken met boven- en onderstromen.

Gezien de impact van alle veranderingen spelen de bovenstromen de boventoon. Daar gaat de aandacht heen en dat moet vaak ook omdat ons bestaan ervan afhangt, tijdsregistratie, beschikkingen, factureren, liquiditeit, integraal werken. Allemaal noodzakelijk om jeugdhulp te kunnen blijven bieden en salarissen te kunnen betalen.

Afgelopen jaar hebben veel collega’s woorden proberen te geven aan de onderstromen, wat het met je doet dat er zo veel verandert, zoveel collega’s vertrekken, het er onprettig bij voelen, gevoelens, gedachten, meningen … Zorgen over hoe het verder moet met jeugdland…en met jezelf … in het belang van kind en toekomst.

Dat is belangrijk, het delen helpt om je niet te laten afdrijven met de onderstroom. Het delen helpt, het brengt ons dichter bij elkaar.

Immers voor het welzijn en de continuïteit van jeugdland en teams is het belangrijk dat we samen sterk staan, samen de schouders eronder kunnen zetten en dat kan alleen als we zowel aandacht hebben voor de bovenstroom als de onderstroom en deze samen in balans brengen.

Dan kunnen we al onze energie richten op de bedoeling of dat waar het ons werkelijk om draait.

Iedereen telt!

Iedereen wil gezien worden en meedoen in de samenleving.
Iedereen moet er zin in hebben, of weer leren er zin in te krijgen (noem het zingeving).
Iedereen moet doen wat nodig is, voor burger, cliënt, kind (vraag), de rest is ondersteunend.
Iedereen moet DOEN waar hij/zij goed in is (vanuit drijfveren).
Gericht op de bedoeling.
Zo blijf je in de cirkel van zingeving, mee doen en iedereen telt;

Jij bent de toekomst !

Het gaat in jeugdland om de betekenis van jeugdhulp in het leven van die ander, meedoen in de samenleving.

Tiny zegt dat heel mooi in haar afscheidsverhaal;

99 van de 100 moeders willen echt wel voor hun kind zorgen.
Maar iemand heeft besloten dat de ouder het niet kan.

Dat is hard.

Als ik goed met ouders overweg kan, gaat de plaatsing ook beter. Een kind steunen zonder kritisch te zijn naar de ouder is niet altijd makkelijk.

Een kind zit niet voor niets in pleegzorg.

Maar het is voor een kind wel belangrijk dat je zijn vader en moeder niet afvalt.

En hiermee brengt ook Tiny onder woorden hoe belangrijk het is om de onder- en bovenstroom in balans te houden;

In het belang van kind, gezin en toekomst.

Tiny legt met deze tekst tevens de verbinding met de zich ontwikkelende jeugdhulp in gezinsvormen, we zijn op weg van “ouder op afstand” naar nog meer “samen opvoeden”, of wel;

Het pedagogisch klimaat in de samenleving te versterken.

De uitdaging die voor ligt in jeugdland is;

Hoe kunnen we met elkaar voldoende stabiliteit en continuïteit behouden en creëren?
Om de transformatie, alle veranderingen in het jeugd-zorglandschap,
Vorm te geven,
Vanuit nieuwsgierigheid naar de toekomst,
Met boven- en onderstromen,
Tussen verleden en toekomst,
In het belang van kind en toekomst!

Samen lerend van al die mooie initiatieven en resultaten in de wereld.

De Schotten met het cruciale belang van gemeenschappelijke taal en de oriëntatie op “welbeing”. Welbevinden zit in het hart van de GIRFEC benadering (Getting It Right For Every Child).

Nicola Sturgeon (PM Scotland) zegt het treffend: “The care system is meant to make thing work for you, not only to stop things happening to you!”

Schotland zet dus, naast wetgeving en onderwijshervorming, in op het bouwen aan een gemeenschappelijke cultuur en taal: voor ouders, voor jongeren en voor professionals.

Luister naar de inspirerende speech van Nicola Sturgeon;

Associatie voor Jeugd – Nicola Sturgeon @ SNP conference

Lees inspiratie uit Denemarken;

Zie: Deense inspiratie voor de transitie en transformatie van jeugdhulp … (PDF)

Leer van Noorwegen gericht op drempelloze jeugdhulp zonder afspraak, continu en zonder vooraf afgesproken eindpunt, waarbij er echt geluisterd wordt naar jongeren.

Zie: How can we best help vulnerable young people?

Er is nog een hoop te doen met elkaar !

In het belang van kind en toekomst !

2016 Schaamte voorbij

Jeugdland is kwetsbaar
Natuurlijk schaamt jeugdland zich als het niet heeft kunnen voorkomen dat kinderen opgroeien onder dreiging en mishandeling en er een kind dood is gegaan. Natuurlijk is jeugdland niet de schuldige als een ander de trekker over haalt of de fatale klap geeft. Natuurlijk is de wereld niet maakbaar en kan Jeugdland niet alle incidenten, calamiteiten en drama’s voor komen. Natuurlijk gaat er ook heel veel goed in jeugdland en vinden we dat normaal en staat dat niet in de krant.
Jeugdland is kwetsbaar.

Professionals zijn kwetsbaar
Waarom is het zo moeilijk voor hulpverleners, managers en bestuurders in Jeugdland om kwetsbaar te zijn? Alsof je als professional in jeugdland niet kwetsbaar mag zijn, het je niet mag raken en je het in ieder geval niet naar buiten mag laten zien.
We kunnen toch niet accepteren dat er zo veel kinderen in Nederland zijn die niet op een plek wonen waar zij kind mogen zijn, waar zij mogen worden wie zij zijn, waar zij inspraak hebben en niet bang hoeven te zijn. We kunnen toch niet blijven accepteren dat er in Nederland gemiddeld elke week een kind aan de gevolgen van kindermishandeling overlijd?
Dat raakt je in jeugdland.

Transformatie
1. Er is veel ingezet om verbeteringen tot stand te brengen in Jeugdland zoals b.v. een nieuwe jeugdwet, decentralisaties, regie bij gemeenten, passend onderwijs, de beroepscode, richtlijnen e.d. De notities en advies rapporten duikelen over elkaar heen zoals b.v. Manifest kring van Veiligheid, Een gedurfde ambitie, de rapportages van de kinderombudsman, de inspectie rapporten, het rapport Leren van Calamiteiten.

2. Allemaal papieren buitenkant. Maar ook van binnen uit leert Jeugdland bijvoorbeeld in sessies als ‘learning to gether’, prisma analyse, spiegel groepen, intervisie, deskundigheidsbevordering e.d.

Gelijktijdig lezen we in de krant bijvoorbeeld

  • De 7-jarige Papillon uit Heerlen, onvoldoende prioriteit aan de veiligheid, meer gekeken naar de toestand van de moeder dan naar de situatie van het kind, niet gehandeld op basis van een volledige, gezamenlijke probleemanalyse, evenmin een gezamenlijk sluitende aanpak voor het gezin
  • Sharleyne lag dood onder aan de flat in Hoogeveen. Dat wat we deden, was op zich goed en met de beste intenties, maar het was niet genoeg. De professionaliteit van de betrokken medewerkers wordt niet in twijfel getrokken, maar de inspecties zien verbeterpunten en dragen ons op die door te voeren, in samenwerking met onze partnerinstellingen.
  • De kinderen uit Roeolfsarendveen. De instellingen afzonderlijk hebben gedaan wat ze volgens de wet moesten doen. Ondanks dat hebben we met z’n allen de veiligheid van de kinderen niet kunnen borgen en dat trekken we ons erg aan. De omstandigheden hebben er volgens de inspectie toe geleid dat hulpverleners niet op de hoogte waren van alle feiten. Daarbij zijn zij op het verkeerde been gezet door de ouders, die aangaven vrijwillig mee te werken.
  • De baby in Rotterdam, de moeder die het water in liep met haar kind in Hoorn, de verstopte baby lijkjes, etc.

Het gelijk voor bij
Opvallend blijven opmerkingen zoals dat alle organisaties gedaan hebben wat zij moesten en dat de professionaliteit van betrokkenen niet in twijfel wordt getrokken. De vinken zijn goed gezet en dan volgt er blijkbaar een soort fatalisme, berusting, acceptatie of statische ‘dood in de pot’. Alsof het er niet meer toe doet als de vinken maar gezet zijn. Operatie geslaagd, patiënt overleden.
Natuurlijk is de wereld niet maakbaar, natuurlijk willen we leren, maken we verbeterplannen, maar we kunnen toch niet blijven accepteren dat er in Nederland gemiddeld elke week een kind aan de gevolgen van kindermishandeling overlijd? Weer een rapport, weer verbeterplannen en dit al jaren lang. Het blijven woorden en vinken. Jeugdland moet van vinken naar vonken, handelen vanuit passie en gedrevenheid, vanuit de vonk voor het kind.

Erkennen van fouten
Als Jeugdland daadwerkelijk wil leren van calamiteiten en gezinsdrama’s dan zal Jeugdland toch ook van binnen uit moeten waarnemen en verbinden, fouten durven erkennen, achteraf gezien verkeerde inschattingen toegeven, kwetsbaar durven zijn in de reflectie. Het voldaan hebben aan vinken, het naar voren brengen van papieren kennis, registratie en privacy is dan onvoldoende.
Het kenmerkt een professional als deze van binnenuit wil voelen, waarnemen, leren, veranderen en groeien in het belang van het kind, in zijn argumenten en keuzes kwetsbaar durft te zijn en dat kan uitdragen.

Het gaat niet om de buitenkant van protocollen, richtlijnen, vinken e.d… De beroepscode maakt dit ook duidelijk. Als professional heb je eigen verantwoordelijkheid.

Waarom blijven organisaties, besturen, hulpverleners zich zo verdedigen, waarom is er die gerichtheid op de vinken, waarom is het zo moeilijk om fouten te erkennen? Jeugdhulp is toch geen wiskunde, het is mensen werk en waar mensen werken worden fouten gemaakt. Dat die fouten soms vergaande gevolgen kunnen hebben is vreselijk maar dat geldt niet alleen voor de jeugdhulp. Ook bijvoorbeeld medische missers zijn vreselijk bv. daar waar het verkeerde been is afgezet of de patiënt overlijd als gevolg van een verkeerd medicijn. Mensen die ten onrechte jaren lang achter de tralies in de gevangenis belanden. Onlangs de zaak in Tuitjehorn met als gevolg zelfmoord door de huisarts.

Jeugdland met zijn ‘wij cultuur’
Bij welke organisatie in Jeugdland hoor jij? Het belang en de eer van de organisatie staat vaak in de picture. Grote machtsafstanden spelen er in jeugdland, parallel met de positie van kinderen. Binnen de organisaties zijn impliciete eerregels of erecodes een middel om concurrenten op afstand te houden. Bij een incident of calamiteit focust Jeugdland eerst op de eigen bijdrage en wordt onbewust gekeken of de schuld naar de collega’s van andere organisaties kan gaan. Geef binnen Jeugdland niet al te openlijk kritiek want dat wordt gezien als niet loyaal zijn aan de eigen organisatie. Alle neuzen moeten dezelfde kant op. Eerschending of ‘de vuile was buiten hangen’ is erger naar mate het buiten de eigen groep plaats vindt. Dan val je je organisatie af en dat is dan niet strategisch. Is het een angst cultuur of een schaamte cultuur? Angst voor de gezagsdrager met zijn privacy, voor de bestuurder met zijn organisatie, voor het tuchtrecht , de pers? Schaamte voor de onmacht, afhankelijkheid en kwetsbaarheid? Er wordt met man en macht geprobeerd controle te houden over de eigen groep, over de eigen organisatie, over jeugdland. Maar jeugdland is niet maakbaar. Met de transformatie wilden we meer openheid en transparantie, meer ruimte en vertrouwen, maar dat blijkt in de praktijk van alle dag nog moeilijk. En zeker na calamiteiten en incidenten kunnen we niet ontkennen dat dat enerzijds een beheers reflex oproept en anderzijds een reflex naar afhankelijk gedrag en de vraag wat wil de organisatie? Maar de organisatie dat ben jij, Jeugdland dat ben jij.

‘IK cultuur’ te midden van de ‘wij cultuur’
Gedrevenheid komt voort uit passie, het belang van het kind. Van daaruit worden zelfstandig keuzes gemaakt. Machtsafstanden maken plaats voor verbinding. Bazen en organisaties zijn ondergeschikt aan de bedoeling. Het leven, de toekomst, het belang van het kind staan centraal. Als alle neuzen dezelfde kant op staan kijkt niemand elkaar meer in de ogen aan. Weerstand geeft warmte, wrijving glans. Er is energie nodig om verder te komen. Dwarsliggers zijn nodig voor de spoorverbinding. Straight, open en eerlijkheid. Bekennen en toegeven van fouten of verkeerde inschattingen. In de spiegel durven kijken. Slecht nieuws direct brengen immers zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Openheid en transparantie hoog in het vaandel ook als het gaat om zaken die niet goed gaan, handelingsverlegenheid,geen aansluiting kunnen krijgen, verkeerde inschattingen, gemiste signalen, ethische dilemma’s, integriteit kwesties. Dat valt niet altijd even lekker in het politieke spel van de ‘wij cultuur’.

Thebigbitch.nl
Op persoonlijke titel staan verhalen op de site. Bijvoorbeeld 2012 Kansrijk jong, betuttelend oud, en 2013-2016 Oprukkende veiligheidsspecialisten en de categorie: Angst Regeert. Vanuit de ‘wij cultuur’ voelt men zich geraakt door de kritische toon van een insider. Excuses zijn op zijn plaats want het is immers niet de bedoeling collega’s uit de ‘wij cultuur’ pijn te doen. De intentie is slechts vanuit passie voor het kind de discussie te voeden, ook lastige onderwerpen op tafel te brengen of die onderwerpen nu uit werkervaringen of uit prive ervaringen voortkomen. Het leven is meer dan een politiek spel en kent ook een moreel kompas.Het kompas vraagt om onderwerpen als geweld in de jeugdzorg, sexueel misbruik, dood kind, handelingsverlegenheid, onkunde uit onervarenheid, ethische dilemma’s e.d. op tafel te leggen.

De adviezen van o.a. de inspecties worden ervaren als een frisse wind in de rug (bijvoorbeeld: Leren van Calamiteiten 2).

Is er voldoende vertrouwen en ruimte voor verschillen, voor de ander, voor diversiteit in de ‘wij cultuur’ van jeugdland, voor ‘het gelijk voorbij’?
Mag je kritisch en kwetsbaar zijn?

Terugkerend patroon
Het is prachtig dat wij deze transitie en transformatie in jeugdland mogen mee maken. Steeds weer proberen we een stapje verder te komen.

Zie het verhaal op de site over Jeugdland ervaringen; 2008 Ruwe bolster gespleten pit over de wijze uil en Calimero.

Hoor en zie het You Tube filmpje uit 2012 “It takes a whole village to raise a child”.
Succesvolle samenwerking valt niet mee, de aard van het beestje speelt ons parten, we hebben de natuurlijke neiging om in stammenverband te opereren. (de realistische conflict theorie)
Lees de nabeschouwing van het eind rapport van de pilot jeugdhulp en sociale wijkteams uit 2014; “Botsende ijsbergen in de polder”. Omgaan met verschillen en gelijkheid, diversiteit, het gelijk voor bij, over je schaduw springen, het verschil maken of wel ‘in het beeld van het kristal onthullen en verhogen de verschillen elkaars waarde’.

Kracht van kwetsbaarheid
Jeugdland moet de ego’s, de logo’s en de schaamte voorbij. Het vraagt van jeugdland kwetsbaar te durven zijn. Hulpverleners die zich kwetsbaar op stellen door gemaakte (inhoudelijke) keuzes openlijk te beargumenteren en ter discussie te stellen. Bestuurders die zich kwetsbaar op stellen door de effecten van organisatorische keuzes ter discussie te stellen. Een kwetsbaar Jeugdland die de afhankelijkheid van elkaar erkent, de meerzijdige partijdigheid, de roulerende rekening, het intergenerationele perspectief ed..
Kwetsbaar durven zijn en van binnen uit uitdragen dat het je raakt dat je het niet kon voorkomen, verbinding maken omdat we samen alles hebben willen doen om het te voorkomen.
De kracht van kwetsbaarheid.

Lerend Jeugdland
We moeten voor ons zelf en voor de toekomst blijven zoeken naar hoe het beter kan, naar zingeving binnen nieuwe dynamische vormen van samenleven en samenwerken. Slechts door van binnenuit, vanuit passie, te blijven zoeken naar de waarheid, zingeving, beleving creëren we de toekomst.
Het vraagt daadkracht (besluitvaardigheid), durf en duidelijkheid (transparantie) en erkenning (gezien worden) om de statische ‘dood in de pot’ weer met ambitie tot leven te brengen.
Om het aantal kinderen in Nederland te verlagen die niet op een plek wonen waar zij kind mogen zijn, waar zij mogen worden wie zij zijn, waar zij inspraak hebben en niet bang hoeven te zijn.
Om het aantal kinderen om laag te brengen dat in Nederland aan de gevolgen van kindermishandeling overlijd.

Om kinderen toekomst te geven!

De schaamte voor bij!

De kracht van kwetsbaarheid.

2015 – 2025 Vuile was transitie Jeugdzorg

De doelen die beoogt worden met de decentralisaties en de nieuwe jeugdwet zijn duidelijk en daar staat vrijwel iedereen achter. Maar wat gebeurt er in de praktijk van alle dag? Wat zien we achter de strategische schermen, achter de politieke berichtgevingen, wat gebeurt er allemaal onder de waterlijn van die ijsberg? Een verhaal over de woelige tijden in jeugdland rond 2014-2015-2016.

Voor en na het transitiemoment van 1 januari 2015. Lukt het een beetje met het samen transformeren? Zien we het kind? Staat het centraal? Aan den lijve ervaar ik jeugdland zowel prive als beroepsmatig.

Ik blijf mij er over verbazen en houd er ook intens van. Met ziel en zakelijkheid blijf ik mij inzetten voor verbeteringen omdat ik weet dat het altijd beter kan en onze kinderen daar recht op hebben.

Lees al vast mijn eerste prive ervaringen in januari 2015 Kind centraal over hoe een opa van het kastje naar de muur gestuurd wordt nu zijn 17 jarige kleinzoon (scheidings problematiek en nieuw samengesteld gezin) weggelopen is naar opa & oma om daar zijn school af te maken. Opa zoekt jeugdhulp maar krijgt het niet.

Lees al vast het verhaal van Femke & Gerben over hun zorgen over James en zijn broertjes binnen de categorie Angst Regeert.

Lees al vast over de schaamte voorbij in jeugdland m.b.t. de kracht van kwetsbaarheid binnen 2016 Schaamte voorbij.


Oktober 2016

Lees de open brief naar Sprokkereef in reactie op zijn adviezen: “Beste Jan Dirk” binnen 2016 Vinken versus Vonken.

Waarom moet ik toch steeds terug denken aan 2013/2014 en het project jeugdhulp en socialen wijk teams?

Lees: Jeugdhulp en sociale wijkteams ter voorbereiding op transitie 2015 en transformatie x


Op 8 december 2016 geven Eberhart vd Laan en Yo hermans (congres #veiligverder) beiden toe dat de gewenste resultaten met betrekking tot de aanpak kindermishandeling de afgelopen jaren niet gehaald zijn. Zij zijn boos en teleurgesteld, ze rekenen zich het zelf aan. Het moet anders ! Weer een roep om transformatie, het anders doen.

In de tussentijd blijft de politieke klem van handreikingen, protocollen, richtlijnen, adviezen en geld gestuurde maatregelen de urgentie bepalen. Ook de handreiking voor gemeentebestuurders die de Taskforce Kindermishandeling en seksueel misbruik uitbrengt eind 2016, namelijk; “Regie op de aanpak van kindermishandeling” ademt weer complexiteit uit, vele initiatieven, ideeën, vergeet ook niet …, en samenhang met …

We moeten terug naar de eenvoud, terug naar de bedoeling: het kind.
Het internationale verdrag inzake de rechten van het kind.


Februari 2017 staat bol van kranten koppen, brieven van belangen verenigingen en kamer debatten over de jeugdhulp en de huidige situatie. Opvallend is dat er in de verkiezingsprogramma”s weinig terug komt. Wel is er een verkiezingsdebat jeugdpoort 21 februari 2017 met o.a. marktwerking, privacy, niet over jeugd maar met jeugd. De kinderombudsman Margrite Kalverboer schrijft een notitie “een knikkerbak met kromme spijkers”.

Op Jeugdzorg Nederland lezen we dat de kamer snel duidelijkheid wil over aanbesteden, “kappen met marktwerking”, “diverse moties”, kinderen in de maatschappelijke opvang, harde kritiek basis eisen voor wijkteams, administratieve lasten en actie plan pleegzorg. In Binnenlands bestuur een kop met “Hou de jeugdwet heel en investeer in innovatie”.

Moties worden aangenomen over 1) het inzetten van een onafhankelijke onderzoeksrechter betrekken bij de evaluatie over de praktijk van waarheidsvinding komend najaar, 2) duidelijkheid en ondersteuning over dialooggerichte gunning en raamovereenkomsten on diensten in te kopen en over de vereenvoudigde procedure bij aanbesteding voor zover noodzakelijk, 3) zorgen dat forensisch-medisch expertise voor kinderen voldoende beschikbaar is, tijdig ingezet kan worden en structureel geborgd is. Het is nog verre van rustig in jeugdland.

Zo maar een voorbeeldje 2017
Prive hoorde ik het verhaal van een kennis uit een van de grote steden in het westen van het land. Hij heeft zo’n 15 jaren vanuit de Filipijnen een bedrijf rond toerisme gerund. Hij heeft 4 jaren geleden een kind gekregen met zijn Filipijnse vrouw. Na lang wikken en wegen hebben ze besloten het bedrijf en hun leven verder voort te zetten in Nederland. Na drie maanden moest moeder weer terug naar de Filipijnen om haar inburgeringspapieren te halen. De kleine meid moest haar vierjarige verjaardag zonder moeder vieren.

Natuurlijk is er skype maar de kleine meid en vader missen moeder. Vader heeft zelf een coach gezocht en is zijn netwerk aan het versterken en is ondersteuning gaan zoeken voor de kleine meid. Een jeugdhulpaanbieder wilde hem thuisbegeleiding bieden met Video Home Training. Vader zag dit niet zitten en heeft nu via school een therapeut gevonden die met hen aan trauma verwerking kan doen en vooral ook met de kleine meid aan de slag gaat opdat de kans kleiner wordt dat zij gedragsproblemen gaat ontwikkelen. Dus werken aan de oorzaken in plaats van aan het vervolg gedrag. Als aan de oorzaken gewerkt wordt veranderd immers als vanzelf het gedrag. Gelukkig was deze vader mondig genoeg om de juiste hulp te vinden, maar hoe gaat het met onze minder mondige ouders?

En dan nog maar niet een financieel plaatje er naast leggen …

Wat kost alle hulp aan vader en dochter nu er nog geen toestemming voor verblijf van moeder in Nederland is?

Wat zijn de kosten van het geven van toestemming aan moeder om in Nederland te verblijven (onder voorwaarden)?

Vele gebeurtenissen en ervaringen onder de waterlijn verwacht rond 2025.


2017 juni – Jeugdhulppumps

De wereld draait door, de wereld veranderd.
Het straatbeeld is anders.
De telefooncellen en praatpalen staan niet meer langs de weg, aan onze hand zit een mobiele telefoon klemvast.

Ook het straatbeeld in jeugdland veranderd.
Het is anders als je om je heen kijkt in jeugdland, op een symposium, training of een congres.

Stonden er vroeger grote oude auto’s, lelijke eendjes en bestel auto’s met gehaakte gordijntjes voor de deur, nu zie je keurige representatieve auto’s staan. Ook de kleding in jeugdland is ook totaal anders. De tuinbroeken, india kleding, gebreide truien, geitenwollen sokken, jezussandalen e.d. hebben plaatsgemaakt voor lange slanke benen onder een mooi jurkje en pumps, met aandacht voor lip stick, tasje en sieraden. Ook zie ik steeds meer mannen in witte overhemden en een kolbert. De ego’s en de logo’s zijn weer in opkomst, de organisatie jasjes worden alleen thuis uitgetrokken. Op de selfies van thuis zie je dan jumpsuites met eikeltjes, huispakken en pyamadagen. In de buitenwereld zijn het pumps.

We komen nu bij elkaar bij roadshows, inspiratiebijeenkomsten of een jeugdevent.
Nieuwe functies en namen worden over genomen uit het bedrijfsleven zo zijn regiomanagers directeuren geworden, komen er contractmanagers, contractbeheerders, zorginkopers, accountmanagers en relatiebeheerders bij.

De politieke dimensie heeft met de decentralisaties of transitie naar de gemeenten de jeugdhulp fors beïnvloed. Het gaat nu vooral om het budget wat de gemeente kwijt is aan jeugdhulp en dan met name om het tarief, de verwijzing gevolgd door een beschikking, het woonplaatsbeginsel, de code, het berichten verkeer. Het draait om verantwoording naar de gemeenteraad, de commissies en de wethouder die in het zadel gehouden moet worden door de ambtenaren. De verkiezingen zijn in zicht …

Veel ambtenaren zijn nodig, verdeeld over amper met elkaar samenhangende kolommen zoals de inkoop, beleid en dienstverlening. In al die ruim 300 gemeenten zijn ambtenaren met hetzelfde bezig voor de eigen gemeenten en voor de regio. Vroeger was het verdeeld in een beperkt aantal provincies. Je hoeft niet gestudeerd te hebben om te bedenken wat er gebeurd en waar dat voor kinderen bedoelde maatschappelijke geld heen gaat. Er worden projectleiders ingehuurd voor het inkooptraject, inhoudelijk adviseurs, crisismanagers etc. … Het wiel wordt opnieuw uitgevonden door al die gemeenten en de aanwezige kennis en kunde van zorgaanbieders wordt vrijwel onbenut gelaten (de uitzonderingen daar gelaten natuurlijk).

Natuurlijk zijn er marktconsultaties en inkoopbijeenkomsten die afgevinkt kunnen worden om de indruk te wekken dat het samen ontwikkeld wordt. Ambtenaren worden benut met hun hobby’s en zo krijg je de ene keer een one-man show over filosofen, dan weer een metafoor met de auto van de wethouder, de medische vergelijking en er is zelfs een gemeente met een geluksambtenaar. Met een high-five is de bijeenkomst aan het einde en zijn de ambtenaren weer dik tevreden met zichzelf.

De jeugdhulp aanbieders zitten in de tussen tijd met liquiditeits problemen omdat gemeenten niet betalen voor de geleverde zorg, gedoe met het berichten verkeer. Ook de indexering overeengekomen tussen werkgevers en werknemers wordt niet altijd doorberekend, dat zouden ze bij de ambtenaren ook eens moeten doen. De jeugdzorgwerkers krijgen dus wel de overeengekomen salarisverhoging maar om dat te kunnen betalen zal het zelfde werk dus wel met minder mensen gedaan moeten worden. Knelpunten worden aangegeven door TAJ Transitie Autoriteit Jeugd.
Zie: Transitieautoriteitjeugd.nl.

In welke wereld zijn wij jeugdhulpverleners terecht gekomen?
Zie: Jeugdformaat.nl.

En weer verschijnt een artikel: Het ontembare spook van de verantwoordingsdruk.
Zie: Kennisnetjeugd.nl.

Ook heerlijke Babylonische  spraakverwarring tussen gemeenten, jeugdhulp, onderwijs e.d. …
Daar waar het binnen de jeugdhulp gebruikelijk is dat je op meerdere tafels met elkaar praat om zo goed de verbinding te houden, de visie te doorleven etc … bleek het bij de gemeente erg belangrijk om de bestuurlijke tafel van de ambtenaren tafels te scheiden en zo mocht de jeugdhulpbestuurder met de wethouders aan tafel zitten en zaten de adviseurs, beleidsmedewerkers, directeuren van zowel de gemeente als aanbieder in de tweede ring. In jeugdland kennen we dat alleen als werkvorm bijvoorbeeld om feedback te geven als de binnenste kring aan het oefenen is met bijvoorbeeld bepaalde gespreksmethoden.

En is de jeugdhulp verbeterd? Is deze veranderd? Getransformeerd zoals de jeugdwet beoogde? Of is het een nieuwe dwangbuis, is het oude wijn in nieuwe zakken? Wat is er anders na al die projecten, proeftuinen en pilots in 2013/2014, bijvoorbeeld die in de Kop van Noord-Holland?
Zie Kennisnetjeugd.nl.

De GGZ pakt zijn lobby weer op. Zie: GGZNederland.nl.

Van wachten is nog steeds sprake. Stil maar wacht maar … Zie VNG.nl.

Onderzoek naar woonplaatsbeginsel: Zie Zorgvisie.nl.

Het symboliserende gevoel erbij: Zie Myswitzerland.com.

Gezocht slagvaardige toegewijde mensen: Zie Socialevraagstukken.nl.

Een ding is zeker, we hebben de nieuwe route nog lang niet gezamenlijk gevonden, hoe zit het met de verdraaide organisaties? Hoe gaat het met de kinderen?

De toekomst ligt in ons!
Soms lijkt het alsof je alleen sneller gaat, echter samen kom je verder … vanuit passie en betrokkenheid, dat gaat verder als intenties, plannen,papieren, factsheets, handreikingen, richtlijnen, kaders e.d. …
Het vergt vasthoudendheid en een langecadem om organisatie veranderingen cultuurprocessen generationele cirkels te door breken.
Het is en blijft de moeite waard.


4 December 2017 – Rene Peters, Man naar mijn hart

René Peters

Tweede Kamerlid namens het CDA
Bijdrage begrotingsdebat jeugd
Geplaatst op 4 december 2017

Voorzitter, ik spreek vandaag mede namens de ChristenUnie-fractie.

Voorzitter,

In theorie is het eenvoudig. Een klein kind met een groot probleem is beter te helpen dan een groot kind met een groot probleem. Als een mens meerdere problemen heeft, dan is het goed dat er meer hulp komt. Maar het liefst geen teintallen hulpverleners. En het liefst niet allemaal tegelijk. Hulpverleners horen hulp te verlenen. En niet de helft van hun tijd bezig te zijn met het invullen van nutteloze formulieren en het zetten van vinkjes op computerschermen. En omdat het maar zelden voorkomt dat een mens slechts een probleem heeft dat bovendien exact samenvalt met gemeentelijke afdelingen, financieringsstromen, afgebakende kaders en ideaalplaatjes etc, moet gestreefd worden naar maatwerk.

Het probleem was helder. De oplossing waren de decentralisaties.

In theorie is het zo simpel. Dan nu de praktijk.

Voorzitter,

Er gaat veel goed in ons land. Maar het kan en moet nog heel veel beter. En dat gaat niet vanzelf. En een deel van de oplossingsrichting ligt wel degelijk in Den Haag.

Voorzitter,

We sturen vanuit Den Haag langs drie politieke uitspraken die waar lijken. Maar die er intrinsiek voor zorgen dat de zorg bureaucratisch, versnipperd is, en versnipperd blijft. Wij zorgen er met al onze goede bedoelingen voor dat de zorg op sommige plaatsen een onontwarbare kluwen van verantwoordingssystematieken en financieringsstromen is en blijft. Wij zorgen er voor dat maatwerk moeilijk blijft en dat bureaucratie niet af maar eerder toe zal nemen. Dat kan en moet anders.

Voorzitter,

Op de eerste plaats vinden wij het heel belangrijk dat voorzieningen rechtmatig worden verstrekt. Er wordt dus op veel plaatsen tot drie cijfers achter de komma uitgeschreven aan welke voorwaarden iemand moet voldoen om welke voorziening of zorg te mogen ontvangen. En dan gebeuren er rare dingen. Geen zorg zonder diagnose bijvoorbeeld. Kinderen in Nederland hebben zoveel meer diagnoses dan in de ons omringende landen dat we ons toch eens achter de oren moeten krabben. Is onze jeugd echt zo ziek? Natuurlijk niet. Maar ook maatwerk wordt bijzonder moeilijk. Volgens de wetten van de logica kan iets juist zijn of niet juist. Iets kan niet tegelijkertijd juist en onjuist zijn. In Den Haag kan dat wel. We zeggen dat we maatwerk willen. Maar we eisen rechtmatigheid. Wat kan de minister doen om de overdreven nadruk op rechtmatigheid te verminderen?

Voorzitter,

Op de tweede plaats willen we risico’s uitsluiten. Wanneer er iets verkeerd gaat willen we herhaling voorkomen en de verantwoordelijken aanpakken. Want accepteren dat ongelukken niet te voorkomen zijn kunnen we niet. Ook dan gebeuren er bijzondere dingen. Om te voorkomen dat ze worden aangesproken op onvermijdelijke fouten, gaan mensen risicomijdend gedrag vertonen. En beleidslijnen en protocollen die fouten moeten voorkomen, worden niet alleen geschreven. Ze moeten ook worden nageleefd. En, nog erger, men moet kunnen meten dan ze worden nageleefd. We willen minder regels, professionals die hun nek uitsteken en minder bureaucratie. In het verkeer kun je niet naar links willen en naar rechts sturen. In Den Haag kan dat wel. We willen minder regels en minder bureaucratie maar we eisen meer regels en bureaucratie. Bij ieder incident.

Voorzitter,

Ten derde sturen we op de best mogelijke hulp voor ieder probleem dat een mens kan hebben. Het record aantal hulpverleners dat ik als wethouder in een gezin trof was dertig. Zeven van hen noemden zich casemanager. Natuurlijk kon dat anders. Dat was zelfs wenselijk. Dat vond eigenlijk iedereen. Maar ja, iedere hulpverlener had zo zijn specialisatie, achtergrond, financiële belangen of uitspraken van rechters die zijn of haar aanwezigheid noodzakelijk maakte. Sinds mensenheugenis spreken wij over een gezin en een plan. Toen dat niet bleek te lukken hebben we er ‘een gezin, een plan, een regisseur’ van gemaakt. Maar ook dat blijkt moeilijk. Zeker zolang er wettelijk meerdere regisseurs mogelijk zijn. We willen een gezin en een plan. We willen volgordelijkheid in de aanpak van problemen. Maar we sturen op specialisatie. En op toegang voor alle hulp tegelijkertijd. Via huisarts, rechter, wijkteam enz enz enz. Je kunt niet naar Amsterdam willen reizen en de trein naar Maastricht pakken. In overheidsland kan dat wel. Ziet de minister een rol voor zichzelf weggelegd om het gesprek tussen de rechterlijke macht, huisartsen en gemeenten te bevorderen?

Voorzitter,

Dat kan en moet anders. Zolang wij vanuit dit huis blijven sturen op rechtmatigheid, risicobeheersing (die bovendien bij ieder incident wordt uitgebreid) en de best mogelijke zorg voor ieder deelprobleem, houden we regeldruk en bureaucratie. Blijkt maatwerk steeds onmogelijk. En blijft een gezin en een plan, al dan niet met een regisseur een utopie. Wij hebben in dit huis een zware verantwoordelijkheid. Ruimte bieden aan gemeenten. Vertrouwen in de professionaliteit van mensen uit de praktijk. Accepteren dat niet alles goed gaat, zonder hijgerig de minister te wijzen op systeemverantwoordelijkheid. En te schieten in de risico-regelreflex. Maar wel sturen waar dat nodig is.

Contractering

We zijn het er allemaal over eens. De transitie was een middel. Het ging om een echte verandering. Om de zogenaamde transformatie. Maar bewegen is niet gemakkelijk als je weinig bewegingsruimte hebt. Ook in tijden van bezuinigingen hebben gemeenten maar twee knoppen om aan te draaien. Tarieven verlagen of toegang verkleinen. Maar als minder kinderen zorg kunnen krijgen is dat slecht voor kinderen. En als tarieven steeds lager worden kunnen instellingen de zorg niet meer leveren. Aan de andere kant hebben instellingen ook knoppen om aan te draaien. Als de tarieven omlaag gaan, gaat het volume omhoog. En het liefst met cliënten die nauwelijks zorg nodig hebben bijvoorbeeld. Dat is een heilloze weg. Zowel instellingen als gemeenten hebben langjarige contracten nodig en een eerlijk tarief. Veranderingen die noodzakelijk zijn kunnen worden voorgefinancierd. En er kan gezamenlijk worden opgetrokken om de totale zorgvraag kleiner te maken waar dat kan. Aanbestedingen van bijvoorbeeld wijkteams brengen bovendien continuïteit ernstig in gevaar.

Mijn vraag aan de minister:

Wat kan de minister doen om langjarige contracten mogelijk te maken?
En wat kan de minister doen om redelijke tarieven vast te stellen?
En ten slotte hoe gaat de minister er voor zorgen dat gemeenten maximale ruimte krijgen binnen de aanbestedingswet om te doen wat gedaan moet worden?

Regionale samenwerking

Voor een goede transformatie is een goede regionale samenwerking noodzakelijk. Deels om de bureaucratie te verminderen. Gemeenten vragen allemaal dezelfde dingen. Maar allemaal op een verschillende manier. Wat gaat de minister doen om regio’s te bewegen hun verantwoordingssystematiek op elkaar af te stemmen?

Jeugdzorg wordt ingekocht via zogenaamde centrumgemeenten. Zij kopen de zorg in voor de hele regio. Als een deel van die regio plotseling besluit delen van de zorg zelfstandig aan te besteden, heeft dat enorme gevolgen voor de rest van de regio. En voor instellingen die , pak hem beet, twintig procent van hun omzet kunnen verliezen. Wat gaat de minister doen om dit risico te verkleinen?

Speciale aandacht vraag ik in deze context voor de gecertificeerde instellingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering. Omdat het aantal onder toezichtstellingen daalt en er relatief weinig trajecten voor reclassering zijn, is een behoorlijk voedingsgebied nodig om kwaliteit te kunnen bieden. Als gemeenten verplicht zouden worden gecertificeerde instellingen aan te besteden, dan gaat die kwaliteit verloren. Kan de minister bevestigen dat juist voor deze instellingen die aanbestedingsplicht niet hoeft te gelden?

Financiën

Gemeenten zijn wettelijk verplicht voldoende jeugdzorg in te kopen. In die zin kan geld dus letterlijk nooit het probleem zijn. In de praktijk is het dat soms wel. Er zijn verschillende gemeenten die diep in de rode cijfers gaan. Vier vragen aan de minister.

  1. Schat de minister in dat er een verdelingsprobleem is, waar iets aan gedaan moet worden? Hoe staat het met het nieuwe objectieve verdeelmodel?
  2. Hoe ziet de minister de rol van het zogenaamde transformatiefonds uit het regeerakkoord bij het oplossen van de financiële problemen?
  3. Hoe houdt de minister vinger aan de pols bij juist die gemeenten om te zorgen dat ook daar voldoende zorg ingekocht blijft worden?
  4. Hoe ziet de minister in dit kader de regionale solidariteit? En ziet de minister een rol weggelegd die solidariteit (ook financieel) eventueel af te dwingen?

Een stevige start

In zijn laatste brief schrijft de minister over het belang van een stevige start. Het gaat dan vooral om de eerste 1001 kritieke dagen. Mijn collega Voordewind heeft hier eerder aandacht voor gevraagd. Er zou vanuit NJi en VNG een handreiking komen voor het versterken van ouderschap en ondersteuning bij de opvoeding. Dit was een toezegging van de vorige bewindspersoon (staatssecretaris Van Rijn) bij het WGO vorig jaar. Hoe staat het met deze handreiking, vraag ik de minister?

In het verlengde hiervan vraag ik ook aandacht voor het belang dat relatietherapie toegankelijk en betaalbaar blijft. Jaarlijks krijgen 70.000 kinderen te maken met ouders die uit elkaar gaan. Vaak heeft dit ook een zware impact op deze kinderen. De minister zet in op de Divorce Challenge, maar voorkomen is beter dan genezen. Hoe kijkt de minister aan tegen de mogelijkheid om relatietherapie (onder voorwaarden) in het basispakket te brengen?

We willen dat onze kinderen veilig kunnen opgroeien. Jaarlijkse krijgen echter 120.000 kinderen te maken met kindermishandeling. Vaak vinden hulpverleners, maar ook buren en familie, het echter moeilijk om vermoedens van mishandeling te bespreken. Onlangs hadden we in de Kamer een bijzondere procedure waar het belang van een open gesprek over vermoedens van kindermishandeling werd benadrukt. Wat gaat de minister doen om te zorgen dat dit open gesprek normaal wordt?

Voorzitter, ten slotte,

We doen veel goed in ons land. We hebben objectief gezien veel om trots op te zijn. De transitie staat. De transformatie nog niet. En er zijn voldoende aandachtspunten, risico’s maar ook kansen. Deze oud-wethouder heeft wel een cri de coeur. In Nederland organiseren we de zorg voor mensen rondom departementen, beleidslijnen enzovoort. Maar een mens heeft geen problemen die precies passen binnen een departement. Als je 18 wordt in een instelling, ben je in theorie volwassen. Je mag daar niet blijven wonen. Geen probleem zegt VWS. Je kunt verlengde jeugdzorg aanvragen bij de gemeente. Geen probleem zegt de afdeling wonen. Je kunt terug naar je ouders of je huurt iets goedkoops. Geen probleem zegt afdeling inkomen. Want er zijn maar twee smaken. Je kunt werken of studeren. Wel een probleem zegt een kind van 18. Terug naar mijn ouders kan ik niet. Goedkope huurruimte is er niet. En waarvan zal ik het betalen? In Oss haalde ik gemeenteambtenaren van verschillende afdelingen bij elkaar. Aan wie, geachte minister, stuur in mijn zorgen? En wie pakt ze op?

De Toekomst ligt in ons

2018

Het begon vol hoop maar al snel bleek de malle molen van jeugdland, aanbestedingen, kosten, wachtlijsten, zorgen e.d. … nog op volle toeren te draaien. Zie bijvoorbeeld: