Tag: Centraal

2015 Kind centraal in nieuw stelsel

KIND centraal in nieuwe stelsel?

Mijn eerste prive ervaringen met het nieuwe stelsel waar de gemeente vele verantwoordelijkheden gekregen heeft wil ik graag delen in een blog. Niet om af te zijken maar om met elkaar van te leren.

Ik zie dat ik op mijn prive telefoon een paar keer gebeld ben door een onbekend nummer. Ik zie een app van mijn man dat Wim kan bellen over zijn kleinzoon. Wim is een gepensioneerde oud collega van mijn man. Wij hebben nooit echt contact gehad maar ik herinner mij nog een personeelsuitje van de winkelketen enkele jaren terug. Toen heb ik verhalen gehoord over een vechtscheiding van zijn dochter, problematiek rond fusiegezinnen en de zorgen om de kleinkinderen.

Wim wist nog dat ik iets met jeugd deed en hoopte dat ik kon helpen nu zijn kleinzoon van 17 bij hem in huis zit. Hij wil de school af maken maar zijn vader wil de spullen die daar voor nodig zijn niet afgeven. De vader heeft aangegeven dat hij zal zorgen dat zijn zoon in een instelling geplaatst gaat worden. Opa is bang en vraagt zich af of dat mogelijk is. Ook vraagt hij zich af of hij in aanmerking kan komen voor een financiële tegemoetkoming aangezien ze het niet breed hebben. Maar bovenal wil hij dat zijn kleinzoon de spullen krijgt van vader die nodig zijn om de school te vervolgen. Ik hoor Wim zijn verhaal aan en zeg dat ik er even over moet nadenken.

Ik weet natuurlijk helemaal niets van wat hier allemaal achter zit maar hoorde wel de zorg over zijn kleinzoon en de focus op het afmaken van de school.

We besluiten enkele dagen later toch maar even in de auto te stappen en naar de andere kant van het land te rijden om Wim de e-mail adressen en telefoonnummers te overhandigen van de school, het wijkteam en veilig-thuis in zijn gemeente zodat zij ondersteuning kunnen zoeken bij het vinden van oplossingen voor de problemen waarvoor zij zich gesteld zien.

Na 2 weken belt Wim weer op met het verhaal dat de school geprobeerd heeft in contact te komen met vader maar dat deze niet mee wil werken. De school kan verder niets doen. Ook heeft Wim telefonisch contact gehad met het wijkteam. Het wijkteam geeft aan niets te kunnen en mogen doen omdat de gescheiden ouders beiden het gezag hebben. Wim vraagt of zij niet langs kunnen komen want dan kan hij het allemaal beter begrijpen en onthouden. Het wijkteam geeft aan volgens het clik-call-face principe te werken en dus vooralsnog niet thuis langs te komen.

Ik stuur vervolgens de gegevens van het jongerenwerk en het maatschappelijkwerk in de betreffende gemeente naar Wim. Wellicht dat zij deze familie verder kunnen ondersteunen bij de problemen waarvoor zij zich gesteld zien.

Het betreft hier een minderjarig kind van 17 jaar dat gezien zijn verleden en de huidige situatie wellicht in zijn ontwikkeling bedreigd word, dreigende school uitval e.d. Zou dit niet de eerste focus moeten zijn?

Ik hoop dat een en ander in de bespreking van de school en/of het wijkteam (met betrokken burgers er bij zouden we toch gaan doen?) terug komt en er gekeken gaat worden vanuit het belang van deze jongere en hoe deze jongere en zijn omgeving in de kracht gezet kunnen worden en welke ondersteuning daar bij nodig is … op weg naar een plekje in onze samenleving.

Om te beginnen maar gewoon een gesprek aan de keukentafel, zo was het toch bedoeld?

17 januari 2015

4 Maanden later, mei 2015

Opa heeft diverse contacten gehad met de mentor en een adviseur van de school en de wijkteam medewerker.

Zij geven aan niets te kunnen omdat er met vader geen contact te krijgen is.

Op mijn verzoek zoekt opa 3 maanden later contact met het AKJ Advies- en klachten bureau Jeugdzorg.

Zij verwijzen door naar veilig thuis (voorheem AMK), daar gaan ze het nu uitzoeken.

opa wacht weer….

Juni 2015
Opa ervaart nog steeds geen ondersteuning bij de problemen waar voor hij zich gesteld ziet nu zijn kleinzoon bij hem in huis woont

Ook Veilig Thuis geeft aan niets voor opa te kunnen doen en verwijst terug naar de ouders.

Opa krijgt geen erkenning, wordt niet gehoord ook niet in de vorm van het er bij halen van bv het maatschappelijkwerk, een ouderenwerker, vrijwillig ouderen bezoeken of id … Wellicht heeft men de indruk door de wijze van communiceren van opa dat hij slechts zijn gelijk wil halen en wil men zich niet wagen aan dit soort ingewikkelde families kwesties. Op zich begrijpelijke maar het gaat hier toch om de zorg voor een kind die dan wel al 17 is, maar toch … Het gaat nu goed met de jongen bij opa dus ieder denkt mogelijk lekker op eigen kracht laten gaan. Nog even en dan is hij 18 en volwassen. Inmiddels is opa 3 wijkteammedewerkers en 2 veilig thuis medewerkers verder.

Opa overweegt een klacht in te dienen bij de gemeente immers hij is van het kastje naar de muur gestuurd en niemand heeft hem ondersteund bij de problemen waar voor hij zich gesteld zag zoals o.a. de extra kosten nu hij als informeel netwerkpleeggezin functioneert en het gezags vacuum.

Dus weer terug naar het AKJ is mijn advies.

2008 Beetje jammer RMO

“Beetje jammer” is mijn reactie op de pers en koppen rondom het advies van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkelingen (RMO) “De ontkokering voorbij”.

Er wordt gesuggereerd dat de ontwikkelingen rondom het versterken van de samenwerking, het versterken van de integrale aanpak met credo’s als de burger centraal, het kind centraal e.d. … slechts leiden tot veel energie in organisatie vraagstukken en bureaucratie. De veronderstelling wordt neergezet dat ontkokering en verkokering slechts voortkomt uit het verlangen om complexe problemen van bovenaf te sturen en te beheersen.

Uit mijn ervaringen in de praktijk, zowel bij gemeente als jeugdzorg, herken ik dit niet terug. Natuurlijk zie ik ook bewegingen die met kracht willen beheersen (zie b.v. 2008 Ruwe bolster, gespleten pit). Maar bij de bewegingen om de burger/buurt centraal te stellen, synergie tussen sociaal en fysiek te creeeren, vanuit 1 gezin-1 plan samen te werken, zie ik die neiging tot beheersen niet.

Juist daar is er sprake van een intrinsieke beweging om te komen tot verantwoordelijkheden en (regel)ruimte zo laag mogelijk, lerende mensen, lerende organisaties. En daar horen pragmatische oplossingen en slim organiseren bij om een en ander te stimuleren en te ondersteunen. Net zoals de stijl van leidinggeven hierbij hoort aan te sluiten; dienend en faciliterend.

Er wordt gesuggereerd dat de RMO nu de oplossing, de alternatieve benadering, uit de hoge hoed heeft getoverd. Met het door de RMO genoemde perspectief wordt al gewerkt. De RMO lijkt als de wijze uil in 2008 Ruwe bolster, gespleten pit te hoog in de boom te zitten en de feeling met de werkvloer kwijt te raken. Tijd voor de RMO om weer met de pootjes in de aarde te komen en de ontwikkelingen die gaande zijn op een positieve manier te gaan ondersteunen.

2008 Kind van gedetineerde ouder

Justitie cultuur vergt lange adem

Staatssecretaris Albayrak (Justitie) wil gedetineerde ouders meer mogelijkheden bieden om de relatie met hun minderjarige kinderen tijdens de detentie te onderhouden. Op die manier moet de detentieschade voor kinderen van gedetineerde ouders zoveel mogelijk worden beperkt. De maatregelen volgen op een onderzoek naar moeders in detentie, dat het Verwey-Jonker Instituut in opdracht van Humanitas in 2007 heeft gepubliceerd. Door de maatregelen voor een belangrijk deel voor alle gedetineerde ouders van toepassing te verklaren, wil de staatssecretaris ook vaders in detentie in de gelegenheid stellen het contact met hun kinderen te onderhouden (persbericht 8 mei 2008).

Natuurlijk is dit prachtig maar …

Wie staat hier nu centraal?

De gedetineerde ouder of het kind? Als het in het belang is van het kind dan is het goed dat moeders en vaders in de gelegenheid gesteld worden contact met hun kinderen te onderhouden. We moeten kinderen ondersteunen en begeleiden bij het omgaan met de harde realiteit van een gedetineerde ouder. Door het onder ogen zien van de realiteit kan het kind leren het een plaats te geven of het nu gaat om een vader die zijn boetes moet uit zitten, een moeder die drugs heeft gesmokkeld of een moordouder. Binnen hetzelfde gezin kan het ene kind gedragsproblemen ontwikkelen gedurende de detentie van een ouder terwijl het andere kind opgelucht lijkt te zijn en een ontwikkelings- spurt doormaakt.

We moeten kinderen niet onderschatten, niet doen alsof het allemaal wel mee valt, geen geheimen creëren, we moeten hen helpen de realiteit onder ogen te zien. De realiteit van bezoekruimtes mag best wat kindvriendelijker vormgegeven worden en ingericht maar het mag geen schijnvertoning worden die de realiteit ontkent. Instructies voor kindvriendelijk handelen is een prima aanzet maar houding en vaardigheden worden voor een groot gedeelte bepaald door de justitie cultuur. Voor het ene kind kan ouder-kind bezoek een prima activiteit zijn, voor een ander kan het schadelijk zijn. Gedetineerde ouders mogen nooit rechten doen gelden aan het bezoek van kinderen. Het belang van ieder kind is recht op maatwerk. Het belang van de ouder is daaraan ondergeschikt.

Waarom is nu de tijd rijp?

Waarom hebben eerdere onderzoeken en rapporten niet tot maatregelen geleid binnen justitie? Bijvoorbeeld:

  • Save the Children (1995).
  • Project van de Reclassering voor kinderen van gedetineerden zoals:
    • “Nog honderd nachtjes slapen” (1994).
    • “Hoeveel nachtjes slapen nog?” (1995-1997).
  • Het experiment “Moeders met Kinderen in gevangenis Ter Peel” (1993-1995).
  • Het onderzoek en boek van Mevr Wolleswinkel – “Gevangen in moederschap (1997).

Ook was er rond 1996/1997 al sprake van kinderbezoek op de afdeling binnen de vooruitstrevende vrouweninrichting Amerswiel.

Zie: 2008 Kind van gedetineerde ouder (verleden-heden-toekomst).

Een medewerker van de Kinderbescherming die 1 van de 5 deelnemers uit Nederland was op het congres ‘het kind en zijn gedetineerde ouder’ 10 januari 1997 te Brussel nodigde ieder die beroepshalve in het onderwerp geïnteresseerd was uit te reageren om aan te tonen dat het onderwerp weldegelijk leefde. Daarna leek het stil te blijven.  Toch gingen o.a. exodus en gezin in balans door.

Ik wens alle kinderen van gedetineerde ouders toe dat de tijd rijp is binnen justitie om samen met andere relevante betrokkenen en instanties vanuit het belang van ieder individueel kind te kijken of en hoe gedetineerde ouders meer betrokken kunnen worden bij de opvoeding en ontwikkeling van hun kinderen.


Proef “Betere Start” succesvol

Persbericht | 10-10-2011

De proef waarin moeders tijdens en na hun detentie worden geholpen met de opvoeding van hun kinderen werkt. Dat zei staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie vandaag op basis van voorlopige resultaten van wetenschappelijk onderzoek die werden gepresenteerd tijdens het symposium ‘Vrouwen in detentie’ in de Penitentiaire Inrichting Ter Peel. Investeren in kinderen van gedetineerde ouders is van belang omdat uit onderzoek blijkt dat zij een sterk verhoogde kans lopen later ook in aanraking te komen met criminaliteit. Het symposium werd bijgewoond door Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Máxima.

Veel van de vrouwen in detentie zijn alleenstaande moeders, waardoor het effect van de detentie vaak ingrijpender is dan bij mannen.

Omdat uit onderzoek blijkt dat hun kinderen een sterk verhoogde kans lopen later zelf ook met criminaliteit in aanraking te komen, is in samenwerking met de Universiteit Utrecht in 2007 het project ‘betere start’ begonnen.

Betere start

Betere Start is gericht op opvoedondersteuning in de laatste drie maanden van detentie en daarna en gericht op moeders van kinderen tussen de twee en tien jaar. Uit de voorlopige resultaten van het onderzoek lijkt dat bij de kinderen die hebben deelgenomen aan ‘Betere Start’ de risicofactoren voor later delinquent gedrag afnemen. Ook nemen de gedragsproblemen van deze kinderen af. Bij kinderen die niet hebben deelgenomen nemen deze problemen en factoren juist toe. Tot nu toe hebben 113 moeders en 168 kinderen deelgenomen aan het onderzoek. Medio 2012 worden de definitieve resultaten verwacht.

Betere Start richtte zich in eerste instantie op het effect bij de kinderen van gedetineerde moeders. Tijdens de proef is echter gebleken dat er mogelijk ook sprake is van een vermindering van recidive bij de moeders. Naar dit effect zal nader onderzoek worden gedaan.