Categorie: Laat je Prikkelen

2013 – 2016 Oprukkende veiligheidsspecialisten in jeugdland

In 2013 schreef ik vlak voordat ik i.v.m. een zware operatie het ziekenhuis in moest, nog snel even “Oprukkende Veiligheidsspecialisten”. Ik was zo verbouwereerd dat niemand iets schreef of zei over de Bureaus Jeugdzorg die begonnen waren om “drang” in de markt te gaan zetten. Gelukkig werd dit her en der in 2015 en 2016 ter discussie gesteld en werkt men in het oosten van het land hier al niet meer mee. Wederom verbazing in 2016 mbt de adviezen van Jan Dirk Sprokkereef over verbeteringen rondom de aanpak van kindermishandeling. Na de vele kritische rapporten van o.a. de samenwerkende inspecties, Defence for Children, de kinderombudsman, kring van veiligheid e.d…lijkt nu Veilig Thuis zich in de markt op te werpen als oprukkende veiligheidsspecialist.
Dit bracht mij er toe een open brief te schrijven; “Beste Jan Dirk” in 2016 Vinken versus Vonken.

De tendens van 2013 zet zich gewoon door in het “geweld van de transitie en transformatie jeugdland”

2013 Oprukkende veiligheidsspecialisten in jeugdland

Veiligheidsutopie

Heeft uw kind ook wel eens een vingertje tussen de deur gehad? iets in z’n oren gestoken? Misschien wel van de trap of uit de boom gevallen? Heeft u gevloekt of negatief over bv. uw ex-partner gesproken in het bij zijn van de kinderen? Net op tijd kind weggevist bij het water? Toch die tik gegeven? Weer eten uit de frituur? of …

Heeft u soms ook moeite om uw (pleeg/klein)kind op schoot te nemen en te knuffelen, immers voor je het weet denken ze er iets van. Of u kind te corrigeren in de winkel als het weer snoep wil? Voor je het weet denken omstanders aan mishandeling.
Het gaat hier allemaal om zorg gedragen voor de veiligheid van uw kind opdat uw kind niet in zijn ontwikkeling bedreigd word.

Specialist in veiligheid rukt op
Er zijn op dit moment organisaties die zich opwerpen als specialist in veiligheid voor kinderen. Brede jeugdbeschermers die niet slechts de kinderbeschermingsmaatregel uitvoeren die de rechter heeft opgelegd maar als brede veiligheidsspecialist zich presenteren in de jeugdzorgmarkt. Een markt die door de transitie/decentralisaties onrustig is waardoor de markt gevoelig is voor dit soort marketing strategieën. In de chaos van transitie en het strategisch politiek correcte spel lijkt niemand daar tegen in te willen/durven gaan. Niemand wil z’n vingers daar aan branden lijkt het.

De medewerkers (op alle niveaus) die werken bij organisaties die zich presenteren als specialist in veiligheid hebben vergelijkbare opleidingen en ervaring als medewerkers bij bv organisaties voor jeugd & opvoedhulp, jeugd LVB en jeugd GGZ. Het is min of meer toevallig waar deze ‘ zelfde mensen’ aan het werk gaan. En vaak hebben zij ook bij meerdere Jeugdorganisaties gewerkt. Naast de algemene opleiding en deskundigheidsbevordering zijn er uiteraard per organisatie specifieke aanvullende cursussen. Het is immers net weer wat anders als je de taak raadsonderzoeker, jeugdhulpverlener of jeugdbeschermer gaat uitoefenen. De organisaties die zich profileren als veiligheidsspecialist distantiëren zich en suggereren dit te doen in opdracht van wetten en overheden. In de chaos van transitie en het strategisch politiek correcte spel lijkt niemand daar tegen in te willen/durven gaan. Niemand wil z’n vingers daar aan branden lijkt het.

It takes a whole village to raise a child
Alsof het in ‘ the whole village to raise a child’ niet voortdurend gaat over veiligheid van kinderen. Bij allen staat veiligheid hoog in het vaandel of we het nu hebben over ouders, basisvoorzieningen als scholen, kinderdagverblijven, buurthuizen e.d., gemeentelijke voorzieningen, vrijwilligersorganisaties, hulpverleningsorganisaties.

Hebben wij in ‘the whole village’ nog weer een andere organisatie nodig die zich breed opstelt als specialist in veiligheid en er van uitgaat dat anderen in ‘ de pedagogische civil society’ daar geen verstand van hebben? Gaat het in het leven van kinderen niet voortdurend en altijd over veiligheid zeker daar waar er opvallend gedrag is of extra zorgvragen?

Zijn het niet organisatie belangen die de ruimte binnen de jeugdzorgmarkt willen verbreden door de ‘specialist in veiligheid’ strategie te voeren? Een strategie die makkelijk kan aanslaat bij gemeentes die toch al zo veel op hen af krijgen. En voor je het weet spelen de zgn. specialisten in veiligheid een prominente rol in pilots en experimenten die bedoeld zijn om juist in samenhang de cliënt centraal te stellen, om samen meer te doen met minder (organisaties en geld), om het geheel simpeler en clientgerichter te maken. Zit ‘ the whole village’ te wachten op weer een nieuwe identiteit die zich met de arrogantie van de macht als totempaal opstelt in the village? De veiligheidsspecialist met zijn allround jeugdbeschermers?

Veiligheidsutopie
In de praktijk zijn er dagelijks discussies tussen medewerkers van de verschillende jeugdorganisaties over het zo goed mogelijk waarborgen van de veiligheid van kinderen. Het schadelijke effect van een uithuisplaatsing op de ontwikkeling van een kind en de eventuele manier waarop deze uithuisplaatsing plaats vind. Het schadelijke effect op een kind van ouders die, ondanks vaak alle goede intenties toch, door hun doen en (na)laten het kind in zijn ontwikkeling schade toe brengen. Wat is het minst slecht op dit moment voor de ontwikkeling van het kind? Wat is het minst bedreigend voor de ontwikkeling van het kind? Deze discussie moeten we altijd op het scherpst van de snede kunnen blijven voeren in ‘ the whole village’. Het gaat immers om onze kinderen en niet om wiskunde. Natuurlijk kunnen we hierbij allerlei risicotaxatie instrumenten en methodieken gebruiken om ons te ondersteunen in de besluitvorming. Maar risico’s kunnen niet geheel ingeperkt worden. Veiligheid is een utopie. Wie durft zich ‘specialist in veiligheid’ te noemen?

Leven is Mensenwerk geen wiskunde
Door discussies te voeren op het scherpst van de snede over veiligheid en ontwikkeling van kinderen zijn al vele dreigingen afgewend, zelfmoorden, gezinsdrama’s, uithuisplaatsingen, uitpleegzorgplaatsingen maar ook relatief kleinere drama’s en ontwikkelingsstoornissen. Helaas is het leven en ons werk geen wiskunde en kunnen we niet volledig objectief aantonen of vaststellen wat wij voorkomen of welke maatschappelijke winst er uit ons werk voortkomt. Helaas is ook met al die waardevolle discussies voordat besluiten genomen en uitgevoerd worden, het niet mogelijk om alle risico’s uit te sluiten. In mijn privé leven en inmiddels 30 jarige werkervaring heb ik ook situaties meegemaakt die ik liever niet meegemaakt zou hebben. Echter ik realiseer mij ook dat ‘het leven is zoals het is’ en dat we soms zaken moeten nemen zoals zij komen of zijn omdat dat ‘het minst schadelijk’ is.

Ook al zouden we in ons hart het zo graag anders zien. Maar dien ik dan het belang van het kind of mijn droom- of wensbeeld van het leven of behoefte aan controle of erger nog protocollen, richtlijnen of bazen?

Gluren bij de buren
Laten we leren van en met elkaar en gluren bij de buren. Zo zijn er b.v. in Denemarken geen Raad voor de Kinderbescherming, geen gezinsvoogden, geen kinderrechters. Een gemeentelijke commissie, bestaande uit twee psychologen, een rechter en twee locale politici besluit over de gedwongen uithuisplaatsingen. In deze gevallen betreft het meestal ouders met een verstandelijk beperking of zwaar drugsverslaafden.
Ook in Nederland gaat de jeugdhulp over naar de gemeenten. In alle gemeentes is men druk doende zich hier op voor te bereiden, in het gunstigste geval samen met de uitvoerende organisaties. Dit is het moment om vanuit visie samen te transformeren. Niet meer organisaties en meer afsplitsingen of specialisten maar juist in samenhang synergie creeeren, meer met minder. De zorgaanbieders zijn bezig integraal aan te sluiten op de basisvoorzieningen, daar waar de kinderen zijn. Hoe bijzonder is het dan dat anderzijds organisaties zich distantieren en zich opstellen als de enige expert in veiligheidsvraagstukken. De oprukkende zgn. specialisten in veiligheid of wel de brede jeugdbeschermers proberen een nieuwe totempaal te zetten in ‘ the whole village’ , gebruikmakende van de complexe situatie rond decentralisatie, transitie, transfrormatie. De gemeentes zullen hier voor de portemonnee moeten gaan trekken. Hier zou massaal protest tegen aangetekend moeten worden door ‘the whole village’.

Sterker nog dit is het moment om ook het dwanggedeelte ter discussie te stellen. Natuurlijk moet er soms dwang gebruikt worden. Net zo natuurlijk als ‘the whole village’ de veiligheid niet voor 100 % kan garanderen en er dus vreselijke dingen af en toe zullen blijven gebeuren. Met het daadwerkelijk transformeren van ‘the whole village’ kunnen we de bezuiniging op jeugdhulp samen opvangen zonder kwaliteitsverlies. Met bovenal een effectievere kind/gezin-gerichtere benadering. Immers hoe zou u het willen zien als het uw kind betrof?

Al velen hebben geschreven over de veiligheidsutopie, de roep, het verlangen, de behoeften aan veiligheid en met name ook de (vooral politieke) processen hierom heen.
Googel eens op ‘veiligheidsutopie’ en je kan deze beweging in een bredere context zien en je eigen mening vormen over organisaties die zich ‘specialist in veiligheid’ willen noemen en suggereren risico’s in te zullen beperken in het leven. Organisaties die het allemaal wel voor ons op willen lossen. We zullen het echter echt samen en met elkaar moeten doen. It takes the whole village to raise the child.

Slaap zacht!

Op persoonlijke titel op de site 30 mei 2013


Inmiddels heeft in 2016 het beveiligingsbedrijf plaats gemaakt voor een ander

kamervragen november 2015 2015Z21365

Vragen van de leden Kooiman en Van Gerven (beiden SP) aan de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht dat een beveiligingsbedrijf zorgtaken en behandeling in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning en jeugdzorg wil gaan leveren (ingezonden 12 november 2015)

1
Wat is uw reactie op het bericht dat de gemeente Hollandse Kroon in onderhandeling is met G4S, een beveiligingsbedrijf, voor het contracteren van Wmo-taken (Wet maatschappelijke ondersteuning) en jeugdzorg? 1)

2
Acht u het wenselijk dat een commercieel beveiligingsbedrijf, dat in Nederland een geringe tot geen achtergrond in de zorg heeft, zich inschrijft voor deze gemeentelijke zorgtaken? Kunt u uw antwoord toelichten?

3
Welke professionaliteit heeft G4S volgens u momenteel in huis om zorgtaken in het kader van de Wmo en jeugdzorg te kunnen leveren?

4
Hoe gaat u, als stelselverantwoordelijke, ervoor zorgen dat er geen commerciële interpretatie wordt gegeven aan de invulling van de zorgtaken, waardoor verschraling van het zorgaanbod ontstaat?

5
Kunt u aangeven welke achtergrond en opleidingsniveau medewerkers van G4S hebben om deze zorgtaken uit te kunnen voeren?

6
Hoe verhoudt de ambitie van G4S om Remote Care (een online modulair opgebouwd softwareprogramma dat ontwikkeld is om zorg op afstand te faciliteren) in te zetten zich tot zorgbehoevenden die graag persoonlijk contact hebben met hun hulpverlener?

7
Wat gaat een mogelijke verandering van zorgaanbieder in de gemeente Hollandse Kroon betekenen voor de medewerkers die daar momenteel werkzaam zijn? Kunt u in uw antwoord ingaan op de vertrouwensband, die in de zorg cruciaal is?

8
Hoe wordt er, wanneer er straks mogelijk een nieuwe zorgverlener wordt gecontracteerd, omgegaan met zorgbehoevenden die vertrouwd en gewend zijn aan hun vaste hulpverlener?

1) “Gemeente Hollandse Kroon in zee met bijzondere partner voor wmo en jeugdzorg” (helaas niet meer opvraagbaar via internet).


Drang in de jeugdhulpverlening
Het grijze gebied tussen vrijwillige en gedwongen hulp

Wo 09 sep 2015
Mr. drs. Nicole Tielen, Eindredacteur

Mijn naam is Nicole Tielen en ik ben eindredacteur van Grip op Jeugd. Samen met mijn team streef ik ernaar gemeenten zo goed mogelijk te ondersteunen bij de uitvoering van de nieuwe Jeugdwet. Een enorme operatie!

Meer informatie over mr. drs. Nicole Tielen

In het nieuwe jeugdstelsel hebben gecertificeerde instellingen (de voormalige Bureaus Jeugdzorg) de taak jeugdbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering uit te voeren. We zien echter dat deze instellingen zich ook nadrukkelijk profileren op een aanpalend terrein. Ze bieden “vrijwillige jeugdbescherming”, oftewel “drangtrajecten” aan. Dat zijn trajecten waarbij bepaalde elementen van de jeugdbeschermingsaanpak worden ingezet in het vrijwillig kader, om een kinderbeschermingsmaatregel te voorkomen. Of juist daarna, in het kader van nazorg. Hoe moeten we deze trajecten juridisch gezien duiden? Wat kan en mag allemaal in zo”n drangtraject? En hoe pakt de praktijk het nu op?

Bij een drangtraject worden bepaalde activiteiten die effectief gebleken zijn in de jeugdbeschermingsaanpak, ingezet in het vrijwillig kader met het doel het gezin te bewegen tot het aanvaarden van vrijwillige hulp. De gecertificeerde instellingen hebben daar de aflopen jaren veel ervaring in opgedaan in het kader van de zogenaamde “Vliegwieltrajecten”. Het gaat in zo”n traject bijvoorbeeld om het gestructureerd en planmatig werken volgens bepaalde methodieken, het kunnen hanteren van geschikte benaderingswijzen voor ouders en kinderen, het kennen van het jeugdhulpaanbod in een regio en het hebben van inzicht in aanvullende instrumenten die het gedwongen kader biedt. In feite gaat het om dezelfde werkzaamheden als een gezinsvoogd uitvoert in het kader van beschermingsmaatregel (ots). Maar met één heel belangrijk verschil: het gaat uiteindelijk nog steeds om hulpverlening in een vrijwillig kader.

Het drangkader is een juridisch vacuüm
De activiteiten van de jeugdbeschermingsmedewerker in een drangtraject worden niet gezien als ‘jeugdhulp’ in de zin van de Jeugdwet (hoewel de afbakening met jeugdhulp in de praktijk in mijn ogen niet altijd even scherp is, maar dat terzijde). Er gaat dus ook geen verleningsbeschikking van het college aan vooraf. Juridisch gezien hebben de activiteiten in zo’n drangtraject eigenlijk geen status. Nergens is vastgelegd wat de rechten van ouders en kinderen zijn in zo’n traject, noch de plichten van de uitvoerend professionals. Dat brengt risico’s met zich mee en vraagt veel van de uitvoerend professional. Deze moet zich er goed van doordrongen zijn, dat hij zich beweegt in een vrijwillig kader, waarin hulpverlening geschiedt op vrijwillige basis. Dat zal niet altijd gemakkelijk zijn, omdat deze professional in de praktijk vaak ook actief is als gezinsvoogd in een gedwongen kader. En in een gedwongen kader is de rechtspositie van partijen duidelijk anders dan in een vrijwillig kader.

De gecertificeerde instelling als regievoerder in het vrijwillig kader
Behalve de hoge eisen die gesteld worden aan de professional, zijn er ook principiële argumenten denkbaar tegen de betrokkenheid van een gezinsvoogd in het vrijwillig kader. Gecertificeerde instellingen, waarvoor deze gezinsvoogden werkzaam zijn, hebben met de Jeugdwet nadrukkelijk de regie gekregen in het gedwongen kader (de uitvoering van jeugdbescherming). Met de uitvoering van drangtrajecten, treden ze actief op in het vrijwillig kader. Bovendien wordt de casusregie daarbij vaak overgedragen aan de gecertificeerde instelling. Dat kan leiden tot een vervaging van grenzen tussen het vrijwillig en gedwongen kader, met daarmee gepaard gaande onduidelijkheid voor ouders en kinderen over waar ze aan toe zijn en wat hun rechtspositie is. Vanuit het perspectief van de bevoegdheidsverdeling zou het wellicht beter zijn als gemeenten effectief gebleken elementen van de drang-aanpak gaan beleggen in hun lokale teams. In ieder geval is van belang dat goede afspraken worden gemaakt over wie wanneer de regie voert. En dat ouders en kinderen vanaf het begin betrokken worden in dit proces.

Natuurlijk kunnen er ook duidelijke voordelen zitten aan de inzet van een gezinsvoogd in het vrijwillig kader. Mocht de drangfase toch gevolgd worden door een ondertoezichtstelling, dan kan dezelfde professional betrokken blijven bij het gezin. En ook na afloop van een maatregel kan het waardevol zijn dat de betreffende gezinsvoogd nog betrokken blijft in het kader van nazorg. Dat zal afhangen van de specifieke omstandigheden van het gezin, waarbij maatwerk uiteindelijk voorop hoort te staan. Vooral dit laatste is in mijn ogen van belang; dat per gezin en vooral per kind gekeken wordt naar een goede invulling.

Maatwerk in de praktijk, wordt het opgepakt?
Of dit maatwerk in de praktijk ook wordt opgepakt, is de vraag. Het is te vroeg om hier algemene uitspraken over te doen. Maar onlangs is wel een opvallende beschikking verschenen van de Rechtbank Rotterdam die laat zien dat, in ieder geval in de betreffende gemeente, nog de nodige verbetering mogelijk is. In deze zaak is een medewerker van de gecertificeerde instelling ingezet in het kader van een drangtraject. Dat loopt goed en de ouder werkt goed mee aan de ingezette hulpverlening. De kinderrechter moet zich uitspreken over de vraag of een ondertoezichtstelling nodig is. Omdat de hulpverlening nu goed loopt, geeft de rechter aan dat het zeer de vraag is of de ondertoezichtstelling in dit geval wel een passende maatregel is. Toch spreekt hij deze uiteindelijk uit. En wel om de reden dat de hulp van de huidige gezinsvoogd in het drangtraject zou wegvallen als er geen ondertoezichtstelling zou volgen. Er zou dan alleen (vrijwillige) hulp door het wijkteam geboden kunnen worden. Dat gaat in mijn ogen wel heel erg ver. Hoewel ik het praktische oogpunt van de rechter begrijp, kan het niet zo zijn dat een ingrijpende maatregel als een ondertoezichtstelling wordt uitgesproken zonder dat aan de wettelijke eisen daarvoor is voldaan. Los daarvan is het natuurlijk een duidelijk signaal aan de partijen in het veld. Zorg dat er altijd ruimte bestaat voor maatwerk. Kinderen en gezinnen mogen nooit de dupe worden van tekortschietende afspraken tussen gemeenten en instellingen.


6 Mei 2015

Dranghulp in de jeugdwet is een ‘Sociale Staatsgreep”.

Binnen de jeugdzorg 2015, is drang een nieuwe term die men herhaaldelijk tegen komt. Drang is het opdringen van van vrijwillige hulp aan gezinnen. Drang wordt gezien als alternatief voor een gedwongen maatregel zonder tussenkomst van de kinderrechter. De verplichte bemoeienis met deze gezinnen, zonder een rechterlijke toetsing vooraf, vindt geen enkele grondslag in de wet. De rechten van ouders en jeugdige worden op geen enkele wijze gewaarborgd.

Drang is dreigen met een kinderbeschermingsmaatregel, om ouders op basis van onderbuikgevoelens, zonder concreet bewijs voor een ontwikkelingsbedreiging van het kind, of een gebrek aan pedagogische vaardigheden bij de ouders te laten voldoen aan de grillige eisen van instanties. In een recent rapport, “De zorg waar ze recht op hebben” schreef de kinderombudsman dat het de wijkteams ontbeert aan kennis om dwang&drangmaatregelen op de juiste wijze uit te voeren (volg link naar pdf document) schreef de kinderombudsman dat het de wijkteams ontbeert aan kennis om dwang&drangmaatregelen op de juiste wijze uit te voeren.

Dranghulp is een sociale staatsgreep, een machtsovername die het privédomein en het zelfbeschikkingsrecht van ouders en jeugdigen schendt.

De achterliggende gedachte is dat er bij dreigende problemen snel ingegrepen kan worden. Zo staat de gemeente al achter uw voordeur, bepalen zij voor u wat de hulpvraag is, welke hulp geaccepteerd moet worden, zonder dat u gevraagd is of u het een goed idee vindt om die gemeente ongevraagd en bij voortduring op de koffie te hebben.

Krijgt u via het wijkteam, of op een andere wijze, te maken met dranghulp, accepteer deze dan niet. Bij dranghulp is er sprake van een zeer ongelijke machtsverhouding tussen overheid en burger. Dranghulp leidt in de meeste gevallen tot een onfatsoenlijke en onbehoorlijke bejegening van ouders en jeugdige. Binnen de kaders van de huidige jeugdwet en de wet kinderbeschermingsmaatregelen bestaat geen enkele verplichting om dranghulp te accepteren. Slechts de kinderrechter is als enige wettelijk bevoegd een mandaat te verschaffen om maatregelen ter kinderbescherming uit te voeren tegen de wens van de gezaghebbende ouders in.

Ouders, wees op uw hoede!

Neem bij drang of dwang tijdig contact op, met een goede jeugdrechtadvocaat (zie VJAR.nl). Zij kunnen u perfect informeren over uw rechten en plichten. Uiteraard kan de gemeente om voldoende tegenmacht voor haar burgers te organiseren een jeugdrechtadvocaat als buurtadvocaat aan het wijkteam toevoegen. als buurtadvocaat aan het wijkteam toevoegen.

Desiree van Doremalen | Juridisch adviseur | Ouderplatform Rijnmond | columnist op woensdag 1x per maand


Nieuwe naam, nieuwe kansen?  (dark horse)

Sinds kort waait er een nieuwe wind door Amsterdam. Sint Pieter en zijn Socioklazen voeren het bewind over Amsterdamse gezinnen, scholen en buurten. Overal waar zich jeugd bevindt duiken plotseling Socioklazen op.

Herkenbaar aan hun nogal opvallend uiterlijk: een uitermate brede blik, een hele grote mond, daarbij op de rug een rugzak, die uitpuilt van pedagogische- en soms nog wat extra kennis. Veelal zijn ze op zoek naar onderdak en willen daarvoor als tegenprestatie hun opvoedkunstjes vertonen.

Maar…. pas op! Klein detail: eenmaal binnen raakt u ze niet gemakkelijk meer kwijt. Ze bezitten namelijk de wonderlijke gave om van Socioklaas in Sociobaas te veranderen.

Vanaf dat moment vindt er een transitie plaats binnen uw gezin. Sociobaas bepaalt dan, dat u moet bepalen wat er bepaald moet worden, en vervolgens bepaalt hij of u dat goed bepaald heeft of niet. In alle eenvoud, een waarlijk wonderschone nieuwe werkwijze!

Of heeft men heden het verleden opnieuw verzonnen, om hun rijkdom in de toekomst te blijven waarborgen?!

2013 Niet Pluis

Zoals gebruikelijk proberen we tijdens onze vakantie ook inspiratie op te doen uit internationale uitwisselingen.

Europa en Azie lijken soms zo verschillend maar toch ook weer zo het zelfde.

Zo verschillend als het gaat om de weeshuisindustrie of toch niet zo verschillend ?

Ego’s, logo’s, slogans

Op een site waar vrijwilligers geworven worden voor een kinderhuis in Azie (Sulawesi) staat het logo van een internationale organisatie tegen kindermisbruik. Bij navraag kennen de internationale organisatie en het kinderhuis elkaar niet. Ook de eigenaren van het kinderhuis zeggen het logo op hun site niet te kennen. Het logo op de site wekt de schijn dat de internationale organisatie het kinderhuis steunt. Bezoekers van de site worden hierdoor misleid. Bezoekers van de site zijn veelal mensen die overwegen vrijwilligerswerk te doen of anderzins het kinderhuis te ondersteunen.

De internationale organisatie heeft actie onder nomen en het logo laten verwijderen. De eigenaren probeerden het nog een keer met het logo van een vergelijkbare organisatie. Ook deze organisatie heeft actie ondernomen en het laten verwijderen.

A whole world …

Ook in Nederland zien we misleiding door ego’s, logo’s en slogans. Of het nu gaat om een reclame voor tandpasta, brillen of om nieuwe vormen van hulp en behandeling. Het is helaas veelal oude wijn in nieuwe zakken. Het gaat helaas vaak met name om organisatie belangen (o.a. voortbestaan, uitbreiding, concurrentie ed)  ipv kwalitatief betere duurzame producten of diensten leveren. De markt werking maakt dat organisaties tegen elkaar uitgespeeld worden en dat terwijl juist samenwerking en samenhang synergie levert.

It takes the whole village/world to raise the child.

Alles draait om geld

De eigenaren van (de site van) het kinderhuis waar vrijwilligers voor geworven worden blijken ook eigenaren van reisbureau’s. Het verhaal gaat dat er naast een klein hotelletje ook een groot hotel in aanbouw is. De vrijwilligers betalen een fors bedrag (ongeveer 200 euro per week) en zelf de vliegtickets. Nergens is terug te vinden hoeveel geld er nu daadwerkelijk naar kinderen gaat voor b.v. eten, studie, kleding e.d. … Gezien de bedragen en levenskosten in Azie roept een en ander vragen op over de geldstromen. De suggestie word op zijn minst gewekt dat zaken mogelijk door elkaar lopen van winstgevende bedrijven en stichtingen zonder winst oogmerk.
Het kinderhuis ziet er verzorgd uit. Er is gezorgd voor de basis zaken. Maar hoe zit het met de daadwerkelijk zorg voor de individuele kinderen? Of is het kinderhuis verworden tot een beschikbaar middel voor financiering. Veel kinderen zijn niet wees, met bepaalde dagen word geprobeerd hen onder te brengen bij de families en bij problemen worden zij teruggeplaats bij de familie. Waarom is de hulp niet direct beschikbaar voor kinderen en hun families? Een vraag die ook gesteld word in het onderzoek ‘someone that matters” (2007)

It’s all about money …

Ook in Nederland gaat het om geld. Onlangs lazen we dat extra zorggelden bedoeld voor ‘handen aan het bed’ en dus extra personeel besteed werd aan bv software, opleiding en/of management. Ook zien we in Nederland toename van besteding van geestelijke gezondheid gelden oa door etikettering via DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders – Handboek voor psychische aandoeningen).

Veel begrippen uit de DSM zijn sterk gerelateerd aan sociaal-culturele waarden en hun veranderingen. Op basis van de DSM kan een DBC (diagnose behandel combinatie) geopend worden waar een prijskaartje aan hangt. Een DBC geeft het geheel van activiteiten van de behandelaar weer (bijvoorbeeld vormen van diagnostiek, behandeling, begeleiding, etc.) voortvloeiend uit de zorgvraag van de patiënt De zorgverzekeraar betaald.

Stijgen de kosten omdat organisaties slim gebruik weten te maken van het systeem (perverse prikkels) of omdat er daadwerkeliik meer mensen zijn die hulp nodig hebben bij psychiatrische aandoeningen?

Vrijwilligerswerk met kinderen in het buitenland

Op de site word vrijwilligerswerk volop aangeprezen. Tijdens ons bezoek waren er 3 vrijwilligster aanwezig en er zouden er nog 3 komen. In het weeshuis waren 14 kinderen (maximaal konden er 20 verblijven). Er waren geen afspraken over werkzaamheden. Het was aan de vrijwilligsters zelf wat zij gingen doen. Ze vertelden dat het gehanteerde dagprogramma als vanzelf liep, ieder kind kende zijn taken en kinderen zorgden voor elkaar. Dit is een beeld wat wij herkennen van andere kinderhuizen in Azie. Ook in het onderzoek “someone that matters” (2007) komt dit beeld naar voren. De vrijwilligsters voelden zich in eerste instantie overbodig. Er is geen matching tussen vraag en aanbod wat betreft kwaliteiten en werkzaamheden. Geen voorbereiding op wat de vrijwilligers kunnen verwachten in een andere cultuur en in het kinderhuis. Uiteraad maken de vrijwilligsters zelf er het beste van. Het binnen halen van vrijwilligers voor de financiele bijdrage lijkt bepalend te zijn en niet het vrijwilligerswerk met als doel het belang van de kinderen. www.bettercarenetwork.nl vraagt ook aandacht voor vrijwilligerswerk met kinderen in het buitenland en heeft oa voorlichtingsdagen en folders.

In Nederland zien we toenemende belangstelling voor vrijwilligerswerk in allerlei vormen en maten …

Samenkracht

Kinderhuizen en toeristen

Op de site is aangegeven dat er een algemeen studiefonds is en je geen kind specifiek financieel kan ondersteunen. Wij kwamen echter een Nederlandse tourist tegen die wel een bepaald kind sponsort.
Deze Nederlander vertelde dat hij ooit vrijwilliger is geweest maar nu niet meer in het betreffende kinderhuis mag komen, slechts nog om het kind dat hij sponsort te halen en brengen. Wij kwamen hem tegen hand in hand lopend met een klein meisje op het terrein van een kinderhuis even verderop. Hier verblijft een zusje van het sponsorkind. Hij had kippen gebracht naar dit kinderhuis.

Op het moment dat wij rond geleid worden door de eigenaar loopt hij ook mee. Hij lijkt ‘kind aan huis’ in dit kinderhuis en gaat in onze beleving erg vrij met de kinderen om. Hij vertelt verschillende verhalen waarvan wij ons afvragen waarom hij ons dit verteld. Zoals bv over een logeerpartij bij de moeder van het sponsorkind, seksuele voorlichting, een weldoener die een wasmachine ed kwam brengen, het weigeren van bepaalde werkzaamheden in Nederland….hij praat graag.

De verschillen tussen de info op de site en de informatie van de Nederlander roepen vragen op. In de korte ontmoetingen met de Nederlander is het ons niet duidelijk geworden waarom hij precies niet meer in het ene kinderhuis mag komen.

Children are not tourist attractions

Het is voor ons (met onze nederlandse kennis, cultuur, normen, waarden) onbegrijpelijk dat een toerist kan rondhangen in een kinderhuis. Voor de betreffende Nederlander was het uiteraard niet rondhangen maar afspraken maken/hebben over halen en brengen van bezoeken zusje.

“Children are not tourist attractions …”

Een jaar na ons bezoek is er in de media uitgebreid aandacht voor de weeshuisindustrie, luister en kijk mee bij vergelijkbare praktijken …

Canvas – Weeshuisindustrie in Cambodja

Cultuur verschillen

Op de site van het kinderhuis is een persoonlijke pagina van de kinderen. Hier staat informatie op ook over het kind dat de Nederlander financieel ondersteunt/sponsort. De nederlander vertelt dat hij vorig jaar een paspoort had geregeld voor het kind (inmiddels jonge vrouw) omdat hij haar naar Nederland wil halen voor een diagnose door kennissen van hem. Van eventuele behandeling is geen sprake ivm de financiele en verzekeringstechnische situatie. Op de site is te lezen dat het kind al met het kinderhuis naar de ziekenhuizen in de grote steden is geweest alwaar een diagnose gesteld is.

De info op de site en de informatie die de Nederlander gaf roepen vragen op. Vragen zoals waarom zou je deze inmiddels jonge vrouw van 19 jaar voor een paar maanden naar Nederland (uit haar vertrouwde omgeving) willen halen terwijl er een diagnose ligt en zij niet in Nederland behandeld zal worden. De belangrijkste vraag is natuurlijk wat deze jonge vrouw er zelf van vind. Wil zij naar Nederland voor een diagnose door kennissen van de Nederlander of voelt ze dat ze geen keuze heeft gezien zijn inzet financieel (studie, mobiele telefoon, bezoek moeder, zusje e.d.) maar ook als nadrukkelijk aanwezige ‘witte persoonlijkheid’. Hoe vrij is zij om haar eigen keuzes te maken ?

Afhankelijkheidsrelatie

Door de verhalen die de Nederlander verteld heeft (o.a. willen bepalen in het kinderhuis omdat hij inventaris geschonken heeft, financieel sponseren en willen bepalen wat het kinderhuis doet aan vervolghuisvesting e.d., paspoort regelen voor medische diagnose …) is er bij ons het beeld ontstaan van een duidelijke macht – afhankelijkheids relatie. De Nederlander gebruikt zijn ‘witte macht’ voor zaken die hij belangrijk vind. Machtspositie is ontstaan oa richting kinderhuis, het sponsor kind, de moeder van het sponsorkind, het kinderhuis waar het zusje van het sponsorkind verblijft e.d. De Nederlander vertelde NB dat hij in Nederland een beroep heeft waar hij juist dagelijks met afhankelijkheidsrelaties en macht om moet gaan. Des te meer verbaasde het ons hoe deze Nederlander (mogelijk naar eer en geweten) zich manifesteerde in deze situatie/cultuur.

Uiteraard willen wij niemand onbedoeld beschadigen. We kennen immers allemaal de verhalen van bv de ten onrechte beschuldigde politieman van t waddeneiland, het boek valse zeden en de mensen die onterecht vast hebben gezeten. Maar ook kennen we de zaken van misbruik door de gewaardeerde badmeester, de aardige medewerker in de kinderopvang en de enthousiaste akela bij de scouting.

En al die mensen achter de computer. Zie Sweetie.

Bovenstaande punten zijn dilemma’s voor ons. We hebben deze feedback naderhand dan ook teruggegeven. We hopen door het geven van feedback een bijdrage te hebben geleverd aan bewustwording, lerend vermogen en het verder professionaliseren van de ondersteuning aan kinderen in Azie.

Zie: Think child safe


2014 en 2015

In 2014 laait de media aandacht op rond weeshuis industrie en vrijwilligers werk, zie bijvoorbeeld;

Zie ook: 2014 Doen wij nog wel het goede?

Last Minute weeshuis (2015)

2012 Nieuwe Autoriteit

Transformeren

Bij de vele veranderingen in de samenleving lijkt Transformatie het sleutelwoord voor overheden, organisaties, besturen e.d. De vele veranderingen zoals passend onderwijs en de transitie jeugdzorg (als een van de decentralisaties richting gemeente) moeten win-win’s op leveren door Transformatie. We zijn nog zoekende naar wat Transformatie dan precies betekent voor ons doen en laten nu. Uiteraard leven daar verschillende beelden over al dan niet beïnvloed door het gebrek aan ‘eenheid in taal’. Wikipedia levert vele betekenissen op van het woord Transformatie zoals b.v. het overgaan van de ene vorm in de andere vorm, diepgaande duurzame veranderingsprocessen, fundamentele en structurele omzetting van schadelijk denken en contraproductief gedrag van groepen en individuen, een acteur die zich in een rol verplaatst, het omzetten van stoffen in andere stoffen, de verandering in de loop van een verhaal, het omvormen van (een deel van) de stad door grootschalige sloop en herbouw, de naam van een lijfblad.
Wat betekent Transformeren voor houding en gedrag van overheden, toezichthouders, besturen, managers, leidinggevenden ed met het oog op de genoemde processen als passendonderwijs en transitie jeugdzorg ? Wat betekent dit voor houding en gedrag, in het hier en nu, het DOEN en laten? Dit betoog, Nieuwe Autoriteit, wil richting geven aan een antwoord op die vraag.

Idealen in uitvoering

Dit betoog kan gezien worden als de opvolger van ‘ruwe bolster, gespleten pit’ (2008) , ‘kruistocht in spijkerbroek’ (2008) en ’echte mannen hebben borsthaar’ (2010). Nieuwe autoriteit is vernoemd naar het gelijknamige boek van Haim Omer betreffende samenwerken aan een krachtige opvoedingsstijl thuis, op school en in de samenleving. Belangrijke elementen uit dit boek geven ook woorden aan samenwerken aan duurzame (cultuur) organisatieveranderingsprocessen of wel Transformatie. Er zijn parallellen met management van organisaties en veranderingen zoals b.v. mbt de volgende kenmerkende elementen;

  • Waakzame zorg/ de ouderlijke aanwezigheid.
  • Privacy voorbij /steunnetwerk/ transparantie en openbaarheid.
  • Niet winnen maar doorzetten.
  • Smeed het ijzer als het koud is.
  • Je mag fouten maken want die kunnen hersteld worden

Wijze uilen worden opgeroepen om afscheid te nemen van contraproductief gedrag zoals het als Hanen te kraaien (over zichzelf en het eigen produkt) en de Hero uit te hangen (ik heb het ei van Columbus !) of om als compromis zoekende manager by walking around alles terug te leggen. Een sprong voorwaarts of Transformatie begin je niet met beide benen op de grond.
Wijze uilen worden opgeroepen om met een onwrikbaar doorzettingsvermogen, vastberaden en doortastend genoemde elementen en parallelprocessen uit te dragen in houding en gedrag, als essentie van leer- en organisatieveranderingsprocessen waardoor uiteindelijk beweging en duurzame gedragsverandering ontstaat of Transformatie.

Waakzame Zorg

Hiermee word bedoeld het vermogen om te zien, te weten en te onderkennen wat er gebeurt en dus ook het schadelijk denken en contra productief gedrag van de oude cultuur. Dit is een van de meest in het oog springende kenmerken van de Nieuwe Autoriteit. Nieuwe Autoriteit blijkt het beste uit een aanwezige vastberaden aanpak, duidelijke houding, openlijke keuzes en het doorbreken van geheimhouding. ‘Kennis is macht’ dat geldt ook voor toezicht houden of wel waakzame zorg. De uitstraling van een autoriteitsfiguur b.v. ‘ ik weet het niet, maar ik ga het eerst eens nader onderzoeken’, vergroot aanwezigheid en versterkt positie, zelfs als hij twijfelt, bijvoorbeeld wie hij moet geloven, wie dader/slachtoffer is. Om leiderschap te tonen hoef je niet zeker te zijn van de zaak. Een reactie als ‘ ik weet het niet of de klacht terecht is, maar ik zal nu meer gaan opletten’ , bevrijdt van machteloosheid of nutteloos verlangen om als een soort van rechtbank te fungeren. Uiteraard moet de Nieuwe Autoriteit leren hoe om te gaan met het verleid worden om over te nemen, instructies uit te delen en op de control stand te gaan zitten zonder terug te vervallen in de oude cultuur met Laissez Faire kenmerken. Niemand zal beweren dat Transformeren eenvoudig is. Nadrukkelijk weet de Nieuwe Autoriteit ‘ eigen kracht’ aan te boren en zo te empoweren. Vanuit de vastberaden aanpak, duidelijke houding en open keuzes kunnen ook middelen ingezet worden die bijdragen aan de publieke opinie rond Transformatie b.v. het documenteren van (on)gewenst gedrag, publiceren en herstelacties of het weer goed maken.

Privacy en heilige huisjes voorbij

Ook het ter discussie stellen van de ‘heilige privacy’ en de ‘privacyreflex’ is een belangrijk element binnen de Nieuwe Autoriteit waarbij juist door het doorbreken van isolatie en het anderen er bij betrekken (denk ook aan c.c.) kansen voor een keerpunt ontstaan.

Pogingen om ongewenst gedrag en geheimzinnige sfeer af te dekken, geheim te houden of het ‘discreet’ te behandelen, bemoeilijken het veranderingsproces. Hiermee versterk je het isoleren en/of verdelen waardoor de inzet verzwakt, eenzaamheid vergroot en stress toe neemt. Als je vervolgens met het ongewenste gedrag word geconfronteerd loop je het risico zelfbeheersing te verliezen en ervaart medeplichtig te worden door niet open en transparant te mogen/kunnen zijn omdat de omgeving blijft zwijgen en niet reageert. Dat zwijgen of niet/nauwelijks reageren komt voor uit de natuurlijke neiging om bij Transformatie of cultuurveranderingsprocessen te ontkennen, bagatelliseren of normaliseren.

Deze natuurlijke neiging komt veelal voort uit angst voor het nieuwe onbekende en ook de angst voor mogelijke isolatie bij ‘de kop boven het maaiveld steken’. Het bekende vertrouwde ligt meer voor de hand dan het nieuwe, onbekende en daardoor onveilig lijkende. Vergelijk mishandelingprocessen en verslavingsprocessen. Oude oplossingen zoals b.v. blind rugdekking geven, afdekken, nooit besluiten terugdraaien, geen zwakte onderkennen of geen hulp inroepen zijn typerende voorbeelden voor de oude vorm van autoriteit en cultuur. Ook oplossingen in de vorm van bv de inzet van individueel coachen geven het risico dat de acceptatie vergroot word en doorbreken oude cultuurpatronen of taboe’s niet.

Waarschijnlijk is isolement de belangrijkste oorzaak van de zwakheid van ouders, leerkrachten, hulpverleners, medewerkers, leidinggevenden, gedragswetenschappers, beleidsmedewerkers, hoofden van dienst, managers, bestuurders, de politiek e.d. Vele kenmerkende uitlatingen verwijzen hier naar zoals b.v. ‘ de vuile was niet buiten hangen’ en ‘het is eenzaam aan de top’. Belangrijk voor de Nieuwe Autoriteit is het zelf mee doen met- en faciliteren van steunnetwerken (al dan niet social media) waardoor er gebroken word met isolatie, eenzaamheid, taboe’s en anonimiteit en er weer actief openbaar deelgenomen kan worden aan de verbeter activiteiten. Uiteraard bij voorkeur over de grenzen van afdelingen, produkten, organisaties en sectoren e.d. heen ofwel ongeacht waar je loonstrookje van dan komt.

Het verschil maken

Rondom Transformatie heersen alle mogelijke kenmerken van algemene veranderingsprocessen die zich tot in de rechtbank en pers toe laten horen. Bijvoorbeeld de aandacht die er binnen dit soort processen voor personeel wel/niet zou moeten zijn, de wijze van communiceren, kritiek en feedback, verschillende verwachtingen en beliefs en miscommunicatie rond begrippen als bv functioneren, professionaliteit, kwaliteit, cultuur, veiligheid, respect, schuld en boete. Begrippen en dilemma’s waar we in de oude cultuur en autoriteit lang over konden doorpraten, we namen het mee, kwamen er op terug, legden het nog eens voor, agenderen het op de heidag, een klankbordgroep er bij, nog eens bepreken, deskundige erbij, analyseren etc. …

Het sleept zich voort zonder dat dit in een redelijke tijd leidde tot gezamenlijke doelrealisatie en resultaten. Er dienden schuldigen te zijn en excuses te klinken opdat men niet hoeft te melden dat de werkelijkheid zelden overzichtelijk is. We moeten af van het misverstand dat iedereen overal van op de hoogte moet zijn en men het altijd met elkaar eens moet zijn. We moeten af van het voortdurend zoeken naar consensus, polderen, schikken en plooien, bruggen bouwen, de boel bij elkaar houden, samenwerken als logo, steentjes bij dragen, schakels plakken, iedereen moet mee doen, netwerken, ’samen uit-samen thuis’, de strooppot.

Als “alle neuzen dezelfde kant op” staan, kijkt immers niemand elkaar in de ogen aan. Dit is niet productief immers wie een voorstel met iedereen doorspreekt houdt niets over want het is ongetwijfeld onvoldoende doordacht, onvoldoende doorgesproken, het moet in breder perspectief, het is niet realistisch, niet concreet genoeg, wat zijn de alternatieven en moet er niet een andere deskundige naar kijken? Of m.a.w. ‘de dood in de pot’! De Nieuwe Autoriteit is alergisch voor ‘de dood in de pot’, is ‘de vrijblijvendheid voorbij’ , ziet tegenwind als kans en ondersteunt dwarsliggers. Immers ‘Een goede spoorverbinding heeft dwarsliggers nodig’ en ‘Zonder tegenwind stijgt geen vlieger op’

Niet winnen maar doorzetten

Stilstand is de grootste angst

De Nieuwe Autoriteit is ‘het gelijk voorbij’ en gaat als Covey voor het 3de alternatief. Immers veel conflicten – op het werk, in het gezin of in de politiek – slepen zich voort omdat beide partijen aan hun eigen standpunt vasthouden. Elke partij vreest zichzelf te verliezen als hij toegeeft. Stephen Covey leert ons in ‘Het 3de alternatief’ dat er meer mogelijk is dan ‘jouw manier of mijn manier’. Als we het ‘ik versus jou’-denken loslaten, als synergie serieus wordt nagestreefd is duurzame Transformatie mogelijk.

Geen compromis maar een nieuwe uitkomst waar iedereen beter van wordt. De Nieuwe Autoriteit is zich bewust van de eigen valkuil nl; “Wij denken niet zo in ‘wij’ en ‘zij’ als zij”. De Nieuwe Autoriteit probeert over de eigen schaduw heen te springen en probeert de dierlijke drang te beheersen om het eigen nest te beschermen, het eigen volk voor te laten gaan. Focus op de waardering van de klant en voorkomen ipv verhelpen. Niet praten over maar praten met. Plaats geven vraagt ook plaats maken. Wie is het meest geschikt om een bepaalde Taak te doen?

Dat betekent ook in het projecten circus dat projecten met vergelijkbare doelstellingen (b.v. sociale netwerkstrategieën gericht op versterken opvoeding op verschillende niveau’s) samenhang moeten zoeken en elkaar niet moeten bevechten (om het geld, de eer, de macht, de status of ?) . De Nieuwe Autoriteit gaat uit van de stip op de horizon of daar waar we samen naar toe willen en wat ieders bijdrage daar aan kan zijn, ongeacht waar je loonstrookje vandaan komt. Gezamenlijk de grootst mogelijke toegevoegde waarde realiseren, innovatie voorop immers “it takes a whole village to raise a child”. Ook dienend leiderschap word als begrip in dit verband gebruikt. In het INK model is de transformatie fase gericht op het tot de besten willen behoren, de meest kindvriendelijke regio?

Smeed het ijzer als het koud is

We zijn van nature geneigd om in het vuur van het spel elkaar mee te slepen, bij oververhitting, wrijving (geeft glans) of weerstand (geeft warmte) het ijzer te smeden omdat het heet is, of elkaar af te branden, op te porren of tot nog grotere hoogte te brengen.
De kracht van de Nieuwe Autoriteit ligt bij het sturen of het smeden van het ijzer als het koud is of wel de kunst van het motoronderhoud.

Juist op die momenten dat er meer rust is en afstand genomen kan worden, worden er gevoelige zaken aan de orde gesteld en is de Nieuwe Autoriteit aanwezig en legt de verbinding met de stip op de horizon. De Nieuwe Autoriteit is duidelijk gericht en doortastend omdat ‘zachte heelmeesters stinkende wonden maken’. De Nieuwe Autoriteit pakt door, kiest en doet zodat later eventueel her- of bijgesteld kan worden in plaats van maar doorrommelen en wachten op andere wind. “Probeer niet de golven te bedaren, houd gewoon je roer vast”.

Congruentie is belangrijk tijdens het smeden en het zeilen en bestaat oa uit;

  • Richting, duidelijkheid over de richting verwijst naar de keuzes die de organisatie maakt, het geeft focus en gezamenlijke visie.
  • Consistentie (‘vertikaal’), het gaat hier om de parallelprocessen ofwel de doorvertaling – via de verticale managementlagen- van de visie en succesbepalende factoren.
  • Samenhang (‘horizontaal’) Bij samenhang draait het om het centraal stellen van het doorbreken van grenzen tussen afdelingen, onderdelen, sectoren e.d.
  • Feedback verwijst naar het lerend en communicerend vermogen, raakt alle lagen en organisatie aspecten. Centraal in de feedback staan de doelstellingen en het gedrag van de organisatie.

Welbevinden en respect

Persoonlijke groei en welbevinden van medewerkers is geen doelstelling. Soms veronderstelt men dat; als men het welzijn van de medewerkers bevordert, de beste condities ontstaan voor de uitvoering van het werk. Uiteraard zit hier een belangrijke kern van waarheid in. Wanneer je je plezierig voelt in je werk zal dat doorwerken in de uitvoering van je werk. Het gevaar van het rechtlijnig doortrekken van deze gedachte is dat het welzijn van de medewerkers belangrijker is geworden dan de doelstellingen van de organisatie.

Organisaties die dit van oudsher niet duidelijk uitdragen ondervinden meer onbegrip en weerstanden bij organisatiecultuur veranderingen. Medewerkers zijn ingehuurd om uitvoering te geven aan een bepaalde taak binnen de organisatie. Persoonlijke groei van medewerkers staat ten dienste van- en moet gericht zijn op het belang de organisatie. Coachen is functioneel gericht op de persoon van de werker in de werksituatie. Hierbij horen competenties als bv resultaatgerichtheid, klantgerichtheid, organisatie sensitiviteit.

Persoons/relatie gerichtheid (motivatie, drijfveren) en inhoud/taak/doel/resultaat gerichtheid kunnen als zinvolle accenten binnen het coachen aan de orde komen. Ook cultuur rondom arbeidsverzuim en de wijze waarop de visie hierop word uitgedragen binnen de organisatie is van belang. ‘ziekte overkomt je, verzuim is een keuze!’ Volgens de visie ligt aan verzuim een klacht of ziekte ten grondslag, maar is het uiteindelijke verzuim een keuze en dus een vorm van gedrag. En dit gedrag moet het onderwerp van gesprek zijn in leergroepen, met leidinggevenden. Gedragsverandering ontstaat niet door algemene reacties als ‘ziek jij maar lekker uit’, ‘neem maar even afstand door vakantie op te nemen’ of ‘prive gaat voor werk’.

Net als bij cliënten gaat het hier ook om maatwerk. Maatwerk waarop je bevraagd behoort te worden, verantwoording behoort te geven als onderdeel van feedback op je eigen gedrag en dat dus niet afgedaan kan worden met ‘ zo doe ik dat nu eenmaal’, ‘dat is prive’ of ‘vertrouw mij maar’!

Fouten maken mag

Want die kunnen hersteld worden, daar kan je van leren! Professionals moeten de ruimte krijgen om te leren en dus ook om fouten te kunnen en te mogen maken. “Wie geen fouten maakt maakt niets”. Joep Choy zette boven een artikel de titel ‘Nieuwsgierigheid = liefde voor leren’ : “ Het moge duidelijk zijn dat open communiceren over je eigen werkwijze uitsluitend ontstaat in een klimaat waar respect en nieuwsgierigheid heerst voor het vak en de persoon die het vak uitoefent.

Respect voor het vak betekent dat je de vakliteratuur bijhoudt en dat je geboeid blijft in alle nieuwe ontwikkelingen binnen je vakgebied en op het grensvlak van je vakgebied. Respect voor de persoon die het vak uitoefent betekent dat je aangesproken wilt worden op de wijze waarop je gestalte geeft aan je vakuitoefening. Het motto zou moeten zijn dat ‘kritiek gratis advies is’. Zowel kritiek geven als kritiek ontvangen veronderstelt een goed gevoel van eigenwaarde als mens en een goed ontwikkeld gevoel van competentie als professional.

Wanneer ik mij als mens oké voel, dan kan ik makkelijker een onderscheid maken tussen mijn persoon en mijn professioneel gedrag c.q. handelen als werker. Ik vat kritiek dan niet persoonlijk op, maar kan dat zien als suggestie(s) voor mijn professioneel handelen, waar ik als professional alleen maar beter van kan worden. Mijn advies is om het woord ‘onveiligheid’ dat soms gebruikt wordt als legitimatie om geen inzicht te bieden in het eigen handelen, zoveel mogelijk te vermijden.

Veiligheid in jeugdzorgteams

Dit wordt door betrokkenen bijna altijd opgevat als een klimaat waarin je vooral complimenten krijgt, waarin je het zoveel mogelijk met elkaar eens bent en waarin je ‘precies weet wat je aan elkaar hebt’. Op zich is dat natuurlijk prima! Echter, in zo’n klimaat bestaat het risico dat het niet meer ‘spannend’ is om te horen wat een collega van jouw werkwijze vindt. Creatieve en inspirerende teamsamenwerking gedijt het best wanneer teamleden zich inspannen om elkaar te verrassen op nieuwe denkbeelden en daarbij ook aandacht durven te vragen voor denkbeelden die buiten de gebaande paden gaan. Juist het alle kanten op denken genereert innovatie en dat betekent dat er tolerantie voor verschil van denken moet zijn. Hulpverleners vatten veiligheid vaak op als de modus waarin we het elkaar vooral niet moeilijk maken (elkaar ontzien!).”

Diversiteit

Natuurlijk zijn er mensen die dit betoog onzin vinden en zich er niet in herkennen. “Ja, maar …” of “nee, want …”. Wij zijn immers geen eenheidsworst maar zeer divers. Transformatie en de ontwikkeling van de Nieuwe Autoriteit loopt niet volgens een eenduidig proces, waarvoor volledige overeenstemming nodig is tussen alle betrokken partijen. Integendeel, een van de sterke punten van de visie is juist dat elke partij in zijn eigen tempo en op zijn eigen wijze een verandering kan bewerkstelligen en het niet noodzakelijk is dat elke strategie op dezelfde wijze toegepast moet worden om resultaat te boeken.

Is de Nieuwe Autoriteit het ei van Columbus of is het kakelen als een kip zonder kop?

Ik zou zeggen
“Breek de dag en tik een eitje!”
of …

“Transformeer een ei!”

Immers de kip is bedacht door het ei om nog meer eieren te maken!
“Zo iets…..ik weet het ook niet precies“.

Synergie

Diversiteit.
In het beeld van het kristal onthullen en verhogen de verschillen elkaars waarde.

Scroll Up