2013 – 2016 Oprukkende veiligheidsspecialisten in jeugdland

In 2013 schreef ik vlak voordat ik i.v.m. een zware operatie het ziekenhuis in moest, nog snel even “Oprukkende Veiligheidsspecialisten”. Ik was zo verbouwereerd dat niemand iets schreef of zei over de Bureaus Jeugdzorg die begonnen waren om “drang” in de markt te gaan zetten. Gelukkig werd dit her en der in 2015 en 2016 ter discussie gesteld en werkt men in het oosten van het land hier al niet meer mee. Wederom verbazing in 2016 mbt de adviezen van Jan Dirk Sprokkereef over verbeteringen rondom de aanpak van kindermishandeling. Na de vele kritische rapporten van o.a. de samenwerkende inspecties, Defence for Children, de kinderombudsman, kring van veiligheid e.d…lijkt nu Veilig Thuis zich in de markt op te werpen als oprukkende veiligheidsspecialist.
Dit bracht mij er toe een open brief te schrijven; “Beste Jan Dirk” in 2016 Vinken versus Vonken.

De tendens van 2013 zet zich gewoon door in het “geweld van de transitie en transformatie jeugdland”

2013 Oprukkende veiligheidsspecialisten in jeugdland

Veiligheidsutopie

Heeft uw kind ook wel eens een vingertje tussen de deur gehad? iets in z’n oren gestoken? Misschien wel van de trap of uit de boom gevallen? Heeft u gevloekt of negatief over bv. uw ex-partner gesproken in het bij zijn van de kinderen? Net op tijd kind weggevist bij het water? Toch die tik gegeven? Weer eten uit de frituur? of …

Heeft u soms ook moeite om uw (pleeg/klein)kind op schoot te nemen en te knuffelen, immers voor je het weet denken ze er iets van. Of u kind te corrigeren in de winkel als het weer snoep wil? Voor je het weet denken omstanders aan mishandeling.
Het gaat hier allemaal om zorg gedragen voor de veiligheid van uw kind opdat uw kind niet in zijn ontwikkeling bedreigd word.

Specialist in veiligheid rukt op
Er zijn op dit moment organisaties die zich opwerpen als specialist in veiligheid voor kinderen. Brede jeugdbeschermers die niet slechts de kinderbeschermingsmaatregel uitvoeren die de rechter heeft opgelegd maar als brede veiligheidsspecialist zich presenteren in de jeugdzorgmarkt. Een markt die door de transitie/decentralisaties onrustig is waardoor de markt gevoelig is voor dit soort marketing strategieën. In de chaos van transitie en het strategisch politiek correcte spel lijkt niemand daar tegen in te willen/durven gaan. Niemand wil z’n vingers daar aan branden lijkt het.

De medewerkers (op alle niveaus) die werken bij organisaties die zich presenteren als specialist in veiligheid hebben vergelijkbare opleidingen en ervaring als medewerkers bij bv organisaties voor jeugd & opvoedhulp, jeugd LVB en jeugd GGZ. Het is min of meer toevallig waar deze ‘ zelfde mensen’ aan het werk gaan. En vaak hebben zij ook bij meerdere Jeugdorganisaties gewerkt. Naast de algemene opleiding en deskundigheidsbevordering zijn er uiteraard per organisatie specifieke aanvullende cursussen. Het is immers net weer wat anders als je de taak raadsonderzoeker, jeugdhulpverlener of jeugdbeschermer gaat uitoefenen. De organisaties die zich profileren als veiligheidsspecialist distantiëren zich en suggereren dit te doen in opdracht van wetten en overheden. In de chaos van transitie en het strategisch politiek correcte spel lijkt niemand daar tegen in te willen/durven gaan. Niemand wil z’n vingers daar aan branden lijkt het.

It takes a whole village to raise a child
Alsof het in ‘ the whole village to raise a child’ niet voortdurend gaat over veiligheid van kinderen. Bij allen staat veiligheid hoog in het vaandel of we het nu hebben over ouders, basisvoorzieningen als scholen, kinderdagverblijven, buurthuizen e.d., gemeentelijke voorzieningen, vrijwilligersorganisaties, hulpverleningsorganisaties.

Hebben wij in ‘the whole village’ nog weer een andere organisatie nodig die zich breed opstelt als specialist in veiligheid en er van uitgaat dat anderen in ‘ de pedagogische civil society’ daar geen verstand van hebben? Gaat het in het leven van kinderen niet voortdurend en altijd over veiligheid zeker daar waar er opvallend gedrag is of extra zorgvragen?

Zijn het niet organisatie belangen die de ruimte binnen de jeugdzorgmarkt willen verbreden door de ‘specialist in veiligheid’ strategie te voeren? Een strategie die makkelijk kan aanslaat bij gemeentes die toch al zo veel op hen af krijgen. En voor je het weet spelen de zgn. specialisten in veiligheid een prominente rol in pilots en experimenten die bedoeld zijn om juist in samenhang de cliënt centraal te stellen, om samen meer te doen met minder (organisaties en geld), om het geheel simpeler en clientgerichter te maken. Zit ‘ the whole village’ te wachten op weer een nieuwe identiteit die zich met de arrogantie van de macht als totempaal opstelt in the village? De veiligheidsspecialist met zijn allround jeugdbeschermers?

Veiligheidsutopie
In de praktijk zijn er dagelijks discussies tussen medewerkers van de verschillende jeugdorganisaties over het zo goed mogelijk waarborgen van de veiligheid van kinderen. Het schadelijke effect van een uithuisplaatsing op de ontwikkeling van een kind en de eventuele manier waarop deze uithuisplaatsing plaats vind. Het schadelijke effect op een kind van ouders die, ondanks vaak alle goede intenties toch, door hun doen en (na)laten het kind in zijn ontwikkeling schade toe brengen. Wat is het minst slecht op dit moment voor de ontwikkeling van het kind? Wat is het minst bedreigend voor de ontwikkeling van het kind? Deze discussie moeten we altijd op het scherpst van de snede kunnen blijven voeren in ‘ the whole village’. Het gaat immers om onze kinderen en niet om wiskunde. Natuurlijk kunnen we hierbij allerlei risicotaxatie instrumenten en methodieken gebruiken om ons te ondersteunen in de besluitvorming. Maar risico’s kunnen niet geheel ingeperkt worden. Veiligheid is een utopie. Wie durft zich ‘specialist in veiligheid’ te noemen?

Leven is Mensenwerk geen wiskunde
Door discussies te voeren op het scherpst van de snede over veiligheid en ontwikkeling van kinderen zijn al vele dreigingen afgewend, zelfmoorden, gezinsdrama’s, uithuisplaatsingen, uitpleegzorgplaatsingen maar ook relatief kleinere drama’s en ontwikkelingsstoornissen. Helaas is het leven en ons werk geen wiskunde en kunnen we niet volledig objectief aantonen of vaststellen wat wij voorkomen of welke maatschappelijke winst er uit ons werk voortkomt. Helaas is ook met al die waardevolle discussies voordat besluiten genomen en uitgevoerd worden, het niet mogelijk om alle risico’s uit te sluiten. In mijn privé leven en inmiddels 30 jarige werkervaring heb ik ook situaties meegemaakt die ik liever niet meegemaakt zou hebben. Echter ik realiseer mij ook dat ‘het leven is zoals het is’ en dat we soms zaken moeten nemen zoals zij komen of zijn omdat dat ‘het minst schadelijk’ is.

Ook al zouden we in ons hart het zo graag anders zien. Maar dien ik dan het belang van het kind of mijn droom- of wensbeeld van het leven of behoefte aan controle of erger nog protocollen, richtlijnen of bazen?

Gluren bij de buren
Laten we leren van en met elkaar en gluren bij de buren. Zo zijn er b.v. in Denemarken geen Raad voor de Kinderbescherming, geen gezinsvoogden, geen kinderrechters. Een gemeentelijke commissie, bestaande uit twee psychologen, een rechter en twee locale politici besluit over de gedwongen uithuisplaatsingen. In deze gevallen betreft het meestal ouders met een verstandelijk beperking of zwaar drugsverslaafden.
Ook in Nederland gaat de jeugdhulp over naar de gemeenten. In alle gemeentes is men druk doende zich hier op voor te bereiden, in het gunstigste geval samen met de uitvoerende organisaties. Dit is het moment om vanuit visie samen te transformeren. Niet meer organisaties en meer afsplitsingen of specialisten maar juist in samenhang synergie creeeren, meer met minder. De zorgaanbieders zijn bezig integraal aan te sluiten op de basisvoorzieningen, daar waar de kinderen zijn. Hoe bijzonder is het dan dat anderzijds organisaties zich distantieren en zich opstellen als de enige expert in veiligheidsvraagstukken. De oprukkende zgn. specialisten in veiligheid of wel de brede jeugdbeschermers proberen een nieuwe totempaal te zetten in ‘ the whole village’ , gebruikmakende van de complexe situatie rond decentralisatie, transitie, transfrormatie. De gemeentes zullen hier voor de portemonnee moeten gaan trekken. Hier zou massaal protest tegen aangetekend moeten worden door ‘the whole village’.

Sterker nog dit is het moment om ook het dwanggedeelte ter discussie te stellen. Natuurlijk moet er soms dwang gebruikt worden. Net zo natuurlijk als ‘the whole village’ de veiligheid niet voor 100 % kan garanderen en er dus vreselijke dingen af en toe zullen blijven gebeuren. Met het daadwerkelijk transformeren van ‘the whole village’ kunnen we de bezuiniging op jeugdhulp samen opvangen zonder kwaliteitsverlies. Met bovenal een effectievere kind/gezin-gerichtere benadering. Immers hoe zou u het willen zien als het uw kind betrof?

Al velen hebben geschreven over de veiligheidsutopie, de roep, het verlangen, de behoeften aan veiligheid en met name ook de (vooral politieke) processen hierom heen.
Googel eens op ‘veiligheidsutopie’ en je kan deze beweging in een bredere context zien en je eigen mening vormen over organisaties die zich ‘specialist in veiligheid’ willen noemen en suggereren risico’s in te zullen beperken in het leven. Organisaties die het allemaal wel voor ons op willen lossen. We zullen het echter echt samen en met elkaar moeten doen. It takes the whole village to raise the child.

Slaap zacht!

Op persoonlijke titel op de site 30 mei 2013


Inmiddels heeft in 2016 het beveiligingsbedrijf plaats gemaakt voor een ander

kamervragen november 2015 2015Z21365

Vragen van de leden Kooiman en Van Gerven (beiden SP) aan de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht dat een beveiligingsbedrijf zorgtaken en behandeling in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning en jeugdzorg wil gaan leveren (ingezonden 12 november 2015)

1
Wat is uw reactie op het bericht dat de gemeente Hollandse Kroon in onderhandeling is met G4S, een beveiligingsbedrijf, voor het contracteren van Wmo-taken (Wet maatschappelijke ondersteuning) en jeugdzorg? 1)

2
Acht u het wenselijk dat een commercieel beveiligingsbedrijf, dat in Nederland een geringe tot geen achtergrond in de zorg heeft, zich inschrijft voor deze gemeentelijke zorgtaken? Kunt u uw antwoord toelichten?

3
Welke professionaliteit heeft G4S volgens u momenteel in huis om zorgtaken in het kader van de Wmo en jeugdzorg te kunnen leveren?

4
Hoe gaat u, als stelselverantwoordelijke, ervoor zorgen dat er geen commerciële interpretatie wordt gegeven aan de invulling van de zorgtaken, waardoor verschraling van het zorgaanbod ontstaat?

5
Kunt u aangeven welke achtergrond en opleidingsniveau medewerkers van G4S hebben om deze zorgtaken uit te kunnen voeren?

6
Hoe verhoudt de ambitie van G4S om Remote Care (een online modulair opgebouwd softwareprogramma dat ontwikkeld is om zorg op afstand te faciliteren) in te zetten zich tot zorgbehoevenden die graag persoonlijk contact hebben met hun hulpverlener?

7
Wat gaat een mogelijke verandering van zorgaanbieder in de gemeente Hollandse Kroon betekenen voor de medewerkers die daar momenteel werkzaam zijn? Kunt u in uw antwoord ingaan op de vertrouwensband, die in de zorg cruciaal is?

8
Hoe wordt er, wanneer er straks mogelijk een nieuwe zorgverlener wordt gecontracteerd, omgegaan met zorgbehoevenden die vertrouwd en gewend zijn aan hun vaste hulpverlener?

1) “Gemeente Hollandse Kroon in zee met bijzondere partner voor wmo en jeugdzorg” (helaas niet meer opvraagbaar via internet).


Drang in de jeugdhulpverlening
Het grijze gebied tussen vrijwillige en gedwongen hulp

Wo 09 sep 2015
Mr. drs. Nicole Tielen, Eindredacteur

Mijn naam is Nicole Tielen en ik ben eindredacteur van Grip op Jeugd. Samen met mijn team streef ik ernaar gemeenten zo goed mogelijk te ondersteunen bij de uitvoering van de nieuwe Jeugdwet. Een enorme operatie!

Meer informatie over mr. drs. Nicole Tielen

In het nieuwe jeugdstelsel hebben gecertificeerde instellingen (de voormalige Bureaus Jeugdzorg) de taak jeugdbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering uit te voeren. We zien echter dat deze instellingen zich ook nadrukkelijk profileren op een aanpalend terrein. Ze bieden “vrijwillige jeugdbescherming”, oftewel “drangtrajecten” aan. Dat zijn trajecten waarbij bepaalde elementen van de jeugdbeschermingsaanpak worden ingezet in het vrijwillig kader, om een kinderbeschermingsmaatregel te voorkomen. Of juist daarna, in het kader van nazorg. Hoe moeten we deze trajecten juridisch gezien duiden? Wat kan en mag allemaal in zo”n drangtraject? En hoe pakt de praktijk het nu op?

Bij een drangtraject worden bepaalde activiteiten die effectief gebleken zijn in de jeugdbeschermingsaanpak, ingezet in het vrijwillig kader met het doel het gezin te bewegen tot het aanvaarden van vrijwillige hulp. De gecertificeerde instellingen hebben daar de aflopen jaren veel ervaring in opgedaan in het kader van de zogenaamde “Vliegwieltrajecten”. Het gaat in zo”n traject bijvoorbeeld om het gestructureerd en planmatig werken volgens bepaalde methodieken, het kunnen hanteren van geschikte benaderingswijzen voor ouders en kinderen, het kennen van het jeugdhulpaanbod in een regio en het hebben van inzicht in aanvullende instrumenten die het gedwongen kader biedt. In feite gaat het om dezelfde werkzaamheden als een gezinsvoogd uitvoert in het kader van beschermingsmaatregel (ots). Maar met één heel belangrijk verschil: het gaat uiteindelijk nog steeds om hulpverlening in een vrijwillig kader.

Het drangkader is een juridisch vacuüm
De activiteiten van de jeugdbeschermingsmedewerker in een drangtraject worden niet gezien als ‘jeugdhulp’ in de zin van de Jeugdwet (hoewel de afbakening met jeugdhulp in de praktijk in mijn ogen niet altijd even scherp is, maar dat terzijde). Er gaat dus ook geen verleningsbeschikking van het college aan vooraf. Juridisch gezien hebben de activiteiten in zo’n drangtraject eigenlijk geen status. Nergens is vastgelegd wat de rechten van ouders en kinderen zijn in zo’n traject, noch de plichten van de uitvoerend professionals. Dat brengt risico’s met zich mee en vraagt veel van de uitvoerend professional. Deze moet zich er goed van doordrongen zijn, dat hij zich beweegt in een vrijwillig kader, waarin hulpverlening geschiedt op vrijwillige basis. Dat zal niet altijd gemakkelijk zijn, omdat deze professional in de praktijk vaak ook actief is als gezinsvoogd in een gedwongen kader. En in een gedwongen kader is de rechtspositie van partijen duidelijk anders dan in een vrijwillig kader.

De gecertificeerde instelling als regievoerder in het vrijwillig kader
Behalve de hoge eisen die gesteld worden aan de professional, zijn er ook principiële argumenten denkbaar tegen de betrokkenheid van een gezinsvoogd in het vrijwillig kader. Gecertificeerde instellingen, waarvoor deze gezinsvoogden werkzaam zijn, hebben met de Jeugdwet nadrukkelijk de regie gekregen in het gedwongen kader (de uitvoering van jeugdbescherming). Met de uitvoering van drangtrajecten, treden ze actief op in het vrijwillig kader. Bovendien wordt de casusregie daarbij vaak overgedragen aan de gecertificeerde instelling. Dat kan leiden tot een vervaging van grenzen tussen het vrijwillig en gedwongen kader, met daarmee gepaard gaande onduidelijkheid voor ouders en kinderen over waar ze aan toe zijn en wat hun rechtspositie is. Vanuit het perspectief van de bevoegdheidsverdeling zou het wellicht beter zijn als gemeenten effectief gebleken elementen van de drang-aanpak gaan beleggen in hun lokale teams. In ieder geval is van belang dat goede afspraken worden gemaakt over wie wanneer de regie voert. En dat ouders en kinderen vanaf het begin betrokken worden in dit proces.

Natuurlijk kunnen er ook duidelijke voordelen zitten aan de inzet van een gezinsvoogd in het vrijwillig kader. Mocht de drangfase toch gevolgd worden door een ondertoezichtstelling, dan kan dezelfde professional betrokken blijven bij het gezin. En ook na afloop van een maatregel kan het waardevol zijn dat de betreffende gezinsvoogd nog betrokken blijft in het kader van nazorg. Dat zal afhangen van de specifieke omstandigheden van het gezin, waarbij maatwerk uiteindelijk voorop hoort te staan. Vooral dit laatste is in mijn ogen van belang; dat per gezin en vooral per kind gekeken wordt naar een goede invulling.

Maatwerk in de praktijk, wordt het opgepakt?
Of dit maatwerk in de praktijk ook wordt opgepakt, is de vraag. Het is te vroeg om hier algemene uitspraken over te doen. Maar onlangs is wel een opvallende beschikking verschenen van de Rechtbank Rotterdam die laat zien dat, in ieder geval in de betreffende gemeente, nog de nodige verbetering mogelijk is. In deze zaak is een medewerker van de gecertificeerde instelling ingezet in het kader van een drangtraject. Dat loopt goed en de ouder werkt goed mee aan de ingezette hulpverlening. De kinderrechter moet zich uitspreken over de vraag of een ondertoezichtstelling nodig is. Omdat de hulpverlening nu goed loopt, geeft de rechter aan dat het zeer de vraag is of de ondertoezichtstelling in dit geval wel een passende maatregel is. Toch spreekt hij deze uiteindelijk uit. En wel om de reden dat de hulp van de huidige gezinsvoogd in het drangtraject zou wegvallen als er geen ondertoezichtstelling zou volgen. Er zou dan alleen (vrijwillige) hulp door het wijkteam geboden kunnen worden. Dat gaat in mijn ogen wel heel erg ver. Hoewel ik het praktische oogpunt van de rechter begrijp, kan het niet zo zijn dat een ingrijpende maatregel als een ondertoezichtstelling wordt uitgesproken zonder dat aan de wettelijke eisen daarvoor is voldaan. Los daarvan is het natuurlijk een duidelijk signaal aan de partijen in het veld. Zorg dat er altijd ruimte bestaat voor maatwerk. Kinderen en gezinnen mogen nooit de dupe worden van tekortschietende afspraken tussen gemeenten en instellingen.


6 Mei 2015

Dranghulp in de jeugdwet is een ‘Sociale Staatsgreep”.

Binnen de jeugdzorg 2015, is drang een nieuwe term die men herhaaldelijk tegen komt. Drang is het opdringen van van vrijwillige hulp aan gezinnen. Drang wordt gezien als alternatief voor een gedwongen maatregel zonder tussenkomst van de kinderrechter. De verplichte bemoeienis met deze gezinnen, zonder een rechterlijke toetsing vooraf, vindt geen enkele grondslag in de wet. De rechten van ouders en jeugdige worden op geen enkele wijze gewaarborgd.

Drang is dreigen met een kinderbeschermingsmaatregel, om ouders op basis van onderbuikgevoelens, zonder concreet bewijs voor een ontwikkelingsbedreiging van het kind, of een gebrek aan pedagogische vaardigheden bij de ouders te laten voldoen aan de grillige eisen van instanties. In een recent rapport, “De zorg waar ze recht op hebben” schreef de kinderombudsman dat het de wijkteams ontbeert aan kennis om dwang&drangmaatregelen op de juiste wijze uit te voeren (volg link naar pdf document) schreef de kinderombudsman dat het de wijkteams ontbeert aan kennis om dwang&drangmaatregelen op de juiste wijze uit te voeren.

Dranghulp is een sociale staatsgreep, een machtsovername die het privédomein en het zelfbeschikkingsrecht van ouders en jeugdigen schendt.

De achterliggende gedachte is dat er bij dreigende problemen snel ingegrepen kan worden. Zo staat de gemeente al achter uw voordeur, bepalen zij voor u wat de hulpvraag is, welke hulp geaccepteerd moet worden, zonder dat u gevraagd is of u het een goed idee vindt om die gemeente ongevraagd en bij voortduring op de koffie te hebben.

Krijgt u via het wijkteam, of op een andere wijze, te maken met dranghulp, accepteer deze dan niet. Bij dranghulp is er sprake van een zeer ongelijke machtsverhouding tussen overheid en burger. Dranghulp leidt in de meeste gevallen tot een onfatsoenlijke en onbehoorlijke bejegening van ouders en jeugdige. Binnen de kaders van de huidige jeugdwet en de wet kinderbeschermingsmaatregelen bestaat geen enkele verplichting om dranghulp te accepteren. Slechts de kinderrechter is als enige wettelijk bevoegd een mandaat te verschaffen om maatregelen ter kinderbescherming uit te voeren tegen de wens van de gezaghebbende ouders in.

Ouders, wees op uw hoede!

Neem bij drang of dwang tijdig contact op, met een goede jeugdrechtadvocaat (zie VJAR.nl). Zij kunnen u perfect informeren over uw rechten en plichten. Uiteraard kan de gemeente om voldoende tegenmacht voor haar burgers te organiseren een jeugdrechtadvocaat als buurtadvocaat aan het wijkteam toevoegen. als buurtadvocaat aan het wijkteam toevoegen.

Desiree van Doremalen | Juridisch adviseur | Ouderplatform Rijnmond | columnist op woensdag 1x per maand


Nieuwe naam, nieuwe kansen?  (dark horse)

Sinds kort waait er een nieuwe wind door Amsterdam. Sint Pieter en zijn Socioklazen voeren het bewind over Amsterdamse gezinnen, scholen en buurten. Overal waar zich jeugd bevindt duiken plotseling Socioklazen op.

Herkenbaar aan hun nogal opvallend uiterlijk: een uitermate brede blik, een hele grote mond, daarbij op de rug een rugzak, die uitpuilt van pedagogische- en soms nog wat extra kennis. Veelal zijn ze op zoek naar onderdak en willen daarvoor als tegenprestatie hun opvoedkunstjes vertonen.

Maar…. pas op! Klein detail: eenmaal binnen raakt u ze niet gemakkelijk meer kwijt. Ze bezitten namelijk de wonderlijke gave om van Socioklaas in Sociobaas te veranderen.

Vanaf dat moment vindt er een transitie plaats binnen uw gezin. Sociobaas bepaalt dan, dat u moet bepalen wat er bepaald moet worden, en vervolgens bepaalt hij of u dat goed bepaald heeft of niet. In alle eenvoud, een waarlijk wonderschone nieuwe werkwijze!

Of heeft men heden het verleden opnieuw verzonnen, om hun rijkdom in de toekomst te blijven waarborgen?!