2009 Zinloos

Dit is het verhaal van Gerben die twijfelt of hij met zijn zelfmoord vlak na de jaarwisseling ook zijn vrouw en kinderen mee zal nemen.

Een zoen voor Carla en de beide meisjes en daar ga ik weer. Het is maandagochtend, een kwartiertje lopen en dan ben ik om 8.00 op mijn werk. Mogge, mogge … kopje koffie en dan zoek ik weer een flexplek. Er is gebak want iemand heeft iets te vieren. Tussen de middag met een collega ons rondje lopen en dan nog de middag. Ik doe mijn ding achter de computer, vergadering, telefoontje en om klokslag 17.00 weer naar huis. Aan de warme hap, klieren met de meisjes, verhaaltje lezen en dan computer of tv.

Dag in dag uit

Elke dinsdag sporten met vriend Sybren, lekker balletje slaan, biertje aan de bar, praten over auto’s, computers e.d. Regelmatig in het weekeinde naar opa en oma van de meisjes, soms eten met vrienden of buren, shoppen of naar het strand. Af en toe een weekeinde met een grote groep, gezellig hoor, met z’n allen op pad, om de grote tafel. Maar ach het is wel steeds weer hetzelfde, verhalen over familie en vrienden, ziektes en banen, kinderleed en kinderpret, plannen voor de toekomst, ik ken het nu wel.

Week in week uit

Elke zomer naar de camping, lekker buiten leven, kokkerellen en genieten van rust en natuur. En natuurlijk zijn daar dan ook weer onze vrienden uit het zuiden, dat stel uit ons buurland. De hele zomer door leven we met elkaar, barbequen, vuurtje stoken, volleyball toernooi etc … Na de prachtige herfst kleuren vallen de blaadjes van de bomen, sinterklaas klopt op de deur en dan al weer de kerst. Gezellig met de familie, allemaal samen eten en herinneringen delen. De voorjaarszon trekt ons naar de tuin, bloemen gaan bloeien, vlinders fladderen en ieder heeft weer een lach op zijn gezicht.

Jaar in jaar uit

Velen zouden jaloers zijn op mijn leven. Ik heb alles wat een hartje begeert. Maar is dit alles? Steeds vaker vraag ik mij af wat dit leven voor zin heeft. Als ik in de stad loop, op het vliegveld sta en/of uit kijk over een mensen massa dan zie ik een mieren hoop. Een mierenhoop van mensen, groot en klein, dik en dun, oud en jong, mooi en lelijk. Allemaal mensen met hun eigen leven, allemaal hebben slaap nodig, allemaal naar het toilet, zweten, eten, drinken, sex, soms voor de lol, soms komen er kindertjes van. Daar zijn mensen over het algemeen dan weer blij mee, weer nieuwe mensjes, met nieuwe leventjes. Nog meer mieren in de mierenhoop. Al die mensen leven hun eigen leventje, net zo’n soort leventje als ik, als Carla, als de buren, mijn collega’s. Wat heeft dit voor zin, waar moet dit toe leiden, wat heeft het voor nut?

Wat maakt het uit, eentje meer of eentje minder, wat maakt het verschil?

Natuurlijk is er verdriet bij de achterblijvers, ze moeten hun leventje weer herordenen, maar daarna gaat alles gewoon door. Wat maakt dat ene leven nu uit, dat ene leven of dat andere? Gewoon netjes begraven of verbranden en alles gaat verder. Het leven in de mierenhoop gaat gewoon door. Wat maakt het leven uit, wat heeft het voor zin? Waarom doe ik überhaupt mee aan deze levensrace, deze rare vertoning, de sleur van elke dag, van elke week, van ieder seizoen, ieder jaar.

Leven in, leven uit

Met kerst moet het weer gezellig zijn, vrede op aarde. Er is helemaal geen vrede op aarde, oorlogen aan de orde van de dag, maar ook oorlog in de straat. Sla de krant maar open. Ieder heeft recht op z’n eigen frustraties, recht op verdriet. De buurman die zich ergert aan jongeren in de straat, de buurman verder op die alles doet om een culturele voorziening dwars te zitten, het vechtende stel een paar huizen verderop, de dorpse hetze in de gemeente politiek. Oorlog om ons heen, iedere dag. De collega’s die elkaar de tent uit vechten, die ene zou dit moeten en de ander dat juist niet, baas zus baas zo. Iedereen heeft een oordeel over van alles en nog wat, wat voor zin heeft het, wat maakt dat ene leven uit?

Ik ga er mee stoppen, gewoon stekker er uit. Natuurlijk is het sneu dat mijn meisjes dan geen vader hebben maar ach groot worden ze toch wel. Er zijn zo veel kinderen die opgroeien in een-ouder gezinnen, dat neemt alleen maar toe. En Carla kan zich prima redden, die komt er wel weer boven op. Dus waarom zou ik hier mee doorgaan, de malle molen van het leven. Waarom moet ik mijn rondje mee draaien? Waarom mag ik niet zelf bepalen of ik er mee stop? Wat heeft dit leven voor zin?

Ik geniet echt wel hoor van die momentjes in de zon op het terras, klef kinderhandje tegen je wang, spelen met de golven op het strand, lekker eten met een goed glas wijn. Ik houd van Carla en we hebben goede sex. Vakanties zijn ons hoogte punt, super kwality time. Maar is dit het nu? Is dit alles wat er is? Wat heeft dit allemaal voor zin? Waarom moet ik hier in mee rollen? Waarom moet ik net als al die andere mieren op de mierenhoop maar mee doen, maar mee hollen, hetzelfde doen als iedereen doet, huisje-boompje-beestje, elke dag, elke week, elk jaar.

Ik heb de plek onder de zon en mensen om mij heen die van mij houden. Maar wat heeft dat voor zin, al die mieren leven zo, iedereen heeft z’n pijntjes en verdriet. Elke keer dezelfde verhalen, daar is een kind geboren, daar is iemand overleden, daar is kanker, daar is een feest, heb je al gehoord van … nou en. Wat voor zin heeft het dat ik hier aan mee doe? Waarom stop ik er niet gewoon mee? Het leven gaat ook verder zonder mij. Als ik er een eind aan maak levert het weer een baan voor iemand op. Voor Carla gaat er een nieuwe wereld open, ze is weer vrij, al zal het misschien even duren voor ze het zo ervaart.

Morgen ga ik opzoek naar een goed plek en een goede manier. Ik wil niet voor de trein dat wil ik de NS mensen en omstanders niet aan doen. Bijvoorkeur gewoon niet meer wakker worden in bed, medicijnen misschien of eventueel mezelf ophangen aan een touw, krukje weg schoppen …

Ach misschien moet ik ze wel mee nemen? Misschien moeten we er met z’n vieren uit stappen. Vier mieren meer of minder maakt niet uit. Wat is de zin van ons vieren, de zin van vier leventjes op die grote hoop? Misschien is het wel goed als we met z’n vieren gaan, gewoon er mee kappen, met die gekkigheid van het leven. Een ronde dans die nergens toe leid.

Laatst stond er een artikel in de krant, zelfmoord zou een taboe zijn. Er is een site die je meer informatie geeft en waar je op kan inloggen nadat je een kleine 20 euro hebt overgemaakt. Er schijnen hoofdzakelijk 2 categorieën mensen te zijn die zelfmoord plegen. Mensen die ziek zijn en niet willen mee gaan maken wat hen te wachten staat en mensen die er eigenlijk wel klaar mee zijn. Ik zal wel tot die laatste categorie behoren.

Een mooi moment is oud & nieuw. Samen nog een laatste gezellige avond, proosten met champagne en dan de volgende dag gewoon niet meer wakker worden. Eerst Carla en de meisjes met een kussen laten stikken en dan mij zelf ophangen. Misschien kan ik al vast wat door de champagne doen. Ik ga morgen eens kijken waar het touw het beste aan kan hangen. In de boot-shop hebben ze van die prachtige touwen.

Natuurlijk zullen er mensen zijn die vinden dat ik niet over het leven van Carla en de meisjes mag beschikken. Maar die mensen kunnen waarschijnlijk ook niet begrijpen dat je er een einde aan wilt maken. Die mensen willen mij uitleggen wat zij zien als de zin van het leven. Dat interesseert mij niet, dat is zinloos. Die mensen gaan gewoon door, slikken pillen, bezoeken ziekenhuizen, proberen eens het alternatieve circuit, blijven zich niet goed voelen maar hebben niet het lef er uit te stappen. Wel hebben zij oordelen, vooroordelen en veroordelen.

Met z’n vieren is waarschijnlijk toch het beste. Gewoon een huis leeg in de straat. Komen weer nieuwe mensen in te wonen. Gewoon weg. Het leven gaat wel door voor iedereen. Even snotteren en dan zijn we zo vergeten. Kaarsje hier, kaarsje daar. Ik ben klaar.

Volgend jaar ben ik bevrijd van dit zinloze leven.