2008 Roxann’s moeder

De moeder van Roxann vertelt graag het verhaal van haar Roxie

“Alles hebben we geprobeerd. Het is alsof niemand ons echt wilde helpen. Ik kon eerst maar moeilijk zwanger worden. We hebben drie jaren van alles geprobeerd en eindelijk werd ik zwanger. Ik kreeg na drie maanden een miskraam. Na nog een miskraam ging het goed. Wat waren we blij met dat stukje leven in mijn buik, dat hartje dat klopte. Ik heb Roxie 9 maanden gedragen. De bevalling verliep redelijk. Roxie kwam wel met de navelstreng om haar nek naar buiten maar dat werd snel goed gedraaid.

Eindelijk een kind in onze kinderkamer. Het bedje hebben we zelf getimmerd. De gordijnen zelf genaaid. Zelfs de meubeltjes hebben we samen ontworpen en gemaakt. Al snel bleek Roxann toch een wat zwakke gezondheid te hebben. Misschien toch zuurstof gebrek bij de geboorte? Soms was ze erg druk en onrustig waar ze vervolgens weer moe van werd. Pieken en dalen. Vaak verkouden, koorts en huilbuien. Die grote droeve ogen waar mijn hart van smolt. Roxie is onderzocht door de huisarts, de schoolarts en de kinderarts in het ziekenhuis. Er was geen aanwijsbare oorzaak te vinden. Er was klaarblijkelijk niets aan de hand. Natuurlijk heb ik van alles geprobeerd. Andere gordijnen, geen kleurstof, korreltjes, warmte stralen, vegetarisch, druppels etc…

Klik op foto voor groter formaat

School was ook al snel een probleem. We wilden natuurlijk graag dat ze regelmatig naar school zou gaan. Toch konden we niet anders dan haar regelmatig enkele dagen thuis houden. Ze was dan echt ziek of ‘op’ en had tijd, rust en aandacht nodig om weer op te knappen. Even alle liefde, zorg en aandacht. Middagdutje, met slaapzak op de bank, samen een spelletje doen e.d. Roxann had geen vriendinnetjes, werd niet gevraagd voor verjaardagspartijtjes. We probeerden haar op te vrolijken en te stimuleren. We gingen met haar de natuur in, naar musea, ze mocht op privé schilderles en we kochten een konijn voor haar. De school heeft wel eens met ons gepraat over het schoolverzuim en haar eenzaamheid. Maar het bleef bij praten, hulp is ons nooit geboden.

Toen Roxann op de middelbare school kwam ging ze spijbelen. Wat waren we boos op de school toen we bij toeval hoorden dat ze wel vaker een les over sloeg. Ons was niets gemeld. Maar gelukkig begon ze vrienden te maken. De vrienden waren wel wat ouder maar het was een leuk stel met elkaar. Tijdens het spijbelen kletsten ze met elkaar in fietsenhokken en coffeeshops. Ze luisterenden naar muziek en naar elkaar, ondersteunden elkaar, adviseerden elkaar. Het was (h)echte vriendschap. We zagen Roxie opbloeien, ze genoot er van om met haar vrienden te zijn, er bij te horen. Van dat spijbelen hebben we dan ook niet zo’n punt gemaakt. Het belangrijkste is immers dat Roxie goed in haar vel zit.

Op eens veranderde het gedrag van Roxann. Ze wilde niet meer naar school. Ze begon te vertellen dat ze gepest werd op school. Ze vertelde over de praktijken van haar schoolgenootjes; haren trekken, duwen op de trap, struikelen, kauwgom in haar tas, lekke band. Ze scholden haar uit; ‘vieze stinkerd’,’je moeder is een kleffe hoer’, ‘beugelbek, snotterkop…’. Roxann kon het niet meer opbrengen om naar school te gaan. Roxie was het ene moment zo erg overstuur dat ze hyperventileerde. Een volgend moment leek ze in zichzelf gekeerd en kraste ze zich zelf in haar armen. Ze vertelde ons later dat ze het idee had dat ze weg van de werkelijkheid raakte. Door te krassen voelde ze dat ze nog leefde en kon voelen.

Dat krassen was voor ons de druppel. We zijn een andere school gaan zoeken maar dat bleek niet zo eenvoudig. We hebben alles geprobeerd, iedereen gebeld maar niemand kon iets voor ons doen. De ene school zit vol, de andere zegt haar ‘te zwaar’ te vinden als ik mijn verhaal doe. De leerplichtambtenaar verwijst naar de inspanningsverplichtingen van de school. Maar de school voelt zich tot niets verplicht omdat wij Roxann thuis houden.

In de tussentijd zat Roxann thuis. Roxie wilde graag weer naar school en probeerde met bibliotheek boeken en op de computer zoveel mogelijk zelfstudie te doen. Roxie is via een thuis cursus de moedertaal van haar vrienden gaan leren en ze verdiepte zich in de islam. Omdat we vast liepen met het vinden van een passende school hebben we de krant ingeschakeld. Ze waren bereid aandacht te besteden aan het probleem. Voor Roxie was dat een positieve ervaring. Haar eigen verhaal kwam nu in de krant. Hierdoor voelde ze zich sterk tegenover haar pestende schoolgenootjes. De krant heeft een prachtige foto van haar gepubliceerd met de kop ;

“Mag ik alsjeblieft naar school?”

Gelukkig bleef haar vriendenkring haar trouw. Ze begon uit te gaan. Aangezien ze niet naar school ging vonden we het goed dat ze met haar vrienden op stap ging. Zo kwam ze tenminste nog buiten de deur. Roxie genoot er van en zei ‘alleen mijn vrienden begrijpen mij en houden echt van mij’. Dat hoort bij de leeftijd dacht ik. Ze mocht af en toe een nachtje bij een vriendin blijven slapen. Daar genoot ze van. Op een keer zei ze: ‘ik moet je iets vertellen’. Ik zette een pot thee en we gingen aan de keukentafel zitten. ‘Niet boos worden hoor, maar ik ben verliefd, ik heb verkering, ik wil Pedro graag aan jullie voorstellen’. Ik vond het prachtig, haar grote droeve ogen begonnen helemaal te glanzen als ze over Pedro vertelde. Pedro was lief voor haar, luisterde naar haar, kocht kleine cadeautjes, een briefje, een bloemetje, een ring.

Pedro was een pracht van een jongen in een snelle auto. In mijn onnozelheid vroeg ik of hij de auto van zijn vader had geleend. Hij lachte schamper naar mij en vertelde dat hij hard voor deze auto heeft moeten werken.

Het leek allemaal goed te gaan tussen Pedro en Roxann. Hij bracht haar altijd keurig op tijd thuis, bleef wel eens mee eten, was vriendelijk en beleefd.

Hij vroeg of hij Roxie mocht verrassen met een weekeindje weg. Ik vond het prachtig en heb het spel volledig meegespeeld. Ik had haar tas gepakt en klaar gezet. Kleding hoefde er niet in vertelde Pedro. Hij zou haar verrassen door samen nieuwe kleren te kopen. Toen ze terug kwam was ze wat stilletjes. Ik dacht dat ze moe was van zo ’n weekeindje op stap. Ze vertelde dat ze graag met Pedro wilde samen wonen en het degelijke leven met ons zat was; ‘Er valt hier niets te beleven’. Ik heb duidelijk gesteld dat ik net 15 jaar nog echt te jong vindt om al te gaan samen wonen.

Pedro gaf aan dit wel te begrijpen en te kunnen wachten. De spanningen begonnen toe te nemen. We hadden vaak ruzie over de kleinste dingen. Ik begon geld te missen maar kon er geen vinger achter krijgen. ’s Ochtend kwam ze haar bed niet uit. Ik begon te vermoeden dat ze ’s nachts wel eens via het raam weg ging. Ik vroeg haar recht op de man af of ze drugs gebruikte. Ze ontkende, af en toe een blowtje, meer niet. De spanning was te snijden. Op een dag toen ik thuis kwam uit mijn werk lag er een briefje.

“Ik ga mijn eigen leven leiden”

“Zoek mij niet. Maak je geen zorgen”

We maakten ons wel zorgen. We zijn wel gaan zoeken. Mijn diepste angsten bleken de waarheid te zijn geworden. Pedro was een loverboy en Roxann speelde de hoer. De politie verwees mij door naar Bureau Jeugdzorg. Bureau jeugdzorg heeft samen met de Raad voor de Kinderbescherming er voor gezorgd dat de rechter binnen een week een Voorlopige Ondertoezicht Stelling uitsprak met een Machtiging gesloten plaatsing. We kregen een gezinsvoogd. Het was een erg jonge meid maar ze was wel pittig. Samen met de gezinsvoogd en de politie hebben we Roxann achter het raam weggehaald. Pedro wilde zich er nog mee bemoeien maar toen hij door had dat het er wemelde van de politie heeft hij zich uit de voeten gemaakt. Roxie vloog mij huilend om de nek met angstige grote ogen. We hebben haar uitgelegd dat ze even tot rust moest komen, weg uit dit criminele circuit, op een veilige plek waar niemand haar zou kunnen vinden. Met de auto van de gezinsvoogd gingen we naar de gesloten jeugdzorg instelling. Ik schrok mij rot toen ik die grote muur zag, het prikkeldraad, de hekken. Binnen bleek het minder hard dan buiten. De mensen waren aardig en vriendelijk en bezorgd over Roxie. Ik mocht kijken waar haar groep was en in welke kamer ze zou gaan slapen. Nou ja kamer, het was natuurlijk gewoon een cel, maar wel met vriendelijke kleuren.

De geschiedenis herhaalde zich. Roxie werd weer gepest. Ze zeggen dan dat ze niet goed in de groep ligt en dat daar aan gewerkt wordt. Tegen de pesters zijn maatregelen genomen. Met Roxann is gesproken over hoe zij zich veiliger zou kunnen voelen. Er is afgesproken dat ze onder begeleiding van een groepsleider naar andere plekken gaat. Roxie ziet er vreselijk uit. Ze zeggen dat dat komt omdat ze daar niet aan drugs kan komen. Roxie vindt het helemaal niets in de gesloten instelling. Ik zag Roxie later op de rechtbank waar we waren voor de uitspraak van de rechter over de Onder Toezicht Stelling en de Machtiging gesloten plaatsing. Roxie vertelde dat ze in het busje had gezeten met een overvaller en een moordenaar. Door de muren konden ze met elkaar praten.

Toen de mannen door hadden dat ze met een jong meisje in de bus zaten begonnen ze allemaal geile geluiden te maken. Roxann was doodsbenauwd geweest. Roxann vertelde ook over het visiteren, ze moest al haar kleren uit, kniebuigingen maken en er werd gekeken of ze niets verstopt had in haar holtes en in haar opgestoken haar. De gezinsvoogd heeft mij verteld dat het beter is om even afstand te nemen en Roxie wat los te laten. Roxann moet weer leren op zich zelf te vertouwen en haar eigen keuzes te maken. We moesten Roxann even de tijd geven volgens de gezinsvoogd. Een dergelijk jong ding begrijpt er natuurlijk niets van. Ik laat mij niet buiten spel zetten. Als moeder wil je je kinderen bij je houden, voor ze zorgen, je laat ze toch niet los. Ik heb weer contact met de krant gezocht en zij hebben weer met Roxie gesproken. Gelukkig gaf de gezinsvoogd en de instelling daar toestemming voor. De krant heeft weer een prachtige foto van haar gepubliceerd, haar grote droeve ogen achter de tralies, met de kop

“Ik ben geen slecht persoon”

Net als de vorige keer leverde het dit keer ook weer kamer vragen op. Eigenkijk vind ik dat wel raar. Die Kamerleden weten blijkbaar niets en schrikken dan van zo ’n stukje uit de krant. Met de gezinsvoogd heb ik hier nog over gesproken. Zij legde uit dat het ‘klauwen met geld’ kost. Immers de Kamervragen gaan naar het ambtelijk apparaat, de Directeur generaal, de ambtenaren op het ministerie, de Directie van de instelling, de Sectormanager van de instelling, behandelverantwoordelijke, gezinsvoogd etc. Als de antwoorden keurig op papier staan volgen ze dezelfde route terug. Het kost dus heel veel werkuren van mensen die meewerken aan het beantwoorden van de vragen.

In veel situaties zullen personeelsleden, samenwerkingspartners, ouders e.d. … geïnformeerd moeten worden over wat er aan de hand is. Soms reageert de pers er weer sensationeel overheen met artikelen. En al die tijd en uren kunnen niet directer besteed worden aan de daadwerkelijke opvoeding en behandeling van jongeren. Persvrijheid is een groot goed maar dit effect had ik mij nooit gerealiseerd.

Na enkele maanden van af en toe een telefoontje, een briefje en bezoek was het zo ver dat Roxann met verlof mocht. Eerst hebben we haar voor een dagje opgehaald en weer terug gebracht. Wat was het heerlijk om Roxie weer thuis te hebben, te vertroetelen met een plaid op de bank, een kopje thee en samen een film kijken. Omdat het zo goed was gegaan mocht ze de volgende keer met de trein naar ons toe. Ze is nooit aangekomen. Er zijn allerlei zoekacties op touw gezet.

Na maanden zoeken hadden we geluk. Ik had er inmiddels een hobby van gemaakt om steeds in een andere stad te gaan winkelen en de hoeren buurten op te zoeken. Op eens zag ik Roxann, zij zag mij, grote angstige ogen draaiden zich om en renden weg. Ik heb meteen de politie en de gezinsvoogd ingeschakeld. Ze bleek inderdaad weer onder de hoede van Pedro. Echter nu in een andere stad.

Roxie was zwanger. Na lange gesprekken met de gezinsvoogd, psychologen en andere wijzen is er eindelijk besloten dat Roxann niet teug hoefde naar een gesloten instelling of naar een opvanghuis voor zwangere meiden en vrouwen. Roxann mocht bij ons thuis haar zwangerschap uit zitten, bevallen en daarna zou ze volwassen zijn en werd ze geacht haar eigen verantwoordelijkheid te nemen en haar eigen keuzes te maken.

Dat heeft Roxann gedaan. Ik heb haar nu al weer bijna twee jaren niet meer gezien. Ze is een verslaafde prostitué en haar kind zit in een pleeggezin. We zijn weer alleen. We hebben er altijd alleen voor gestaan. Alles hebben we geprobeerd. Het is alsof niemand ons echt wilde helpen. Maar er gloort weer hoop. Een paar weken geleden ontving ik een briefje van Roxann. Ze schreef dat ze zich had laten opnemen in een afkick kliniek. Als ze zo ver was zou ze weer contact opnemen. Over 4 maanden is het weer december. Dat vind ik de lastigste maand.

“Sinterklaas en kerst wil ik zo graag samen vieren”